meeschrijven met dzjoef

Crisishulpverlening aan minderjarigen

0

Dit voorjaar kwam de crisishulpverlening aan minderjarigen meerdere keren in het nieuws. Het Antwerps crisismeldpunt sloot een week de deuren door de hoge werkdruk. In het Vlaams parlement riep de oppositie moord en brand. ‘Tekort aan crisishulp voor jongeren explodeert’, titelde De Standaard. Vlaams minister Jo Vandeurzen toverde snel extra middelen uit zijn hoed.

Eind mei bleek dat in 2014 5.456 jongeren een beroep deden op crisisjeugdhulp, een record. Sociaal.Net sprak met een praktijkwerker van het Crisisteam Oost-Vlaanderen.

Stel je eens kort voor.

Ik ben Tine Notredame, medewerker van het Crisisteam De Schelp Oost-Vlaanderen. Dit team werkt zowel voor minderjarigen als meerderjarigen in crisis. Binnen dit team ben ik actief als meldpuntondersteuner van het crisismeldpunt. Dit meldpunt focust op minderjarigen in crisis. In elke provincie is er minstens één zo’n meldpunt. CAW Oost-Vlaanderen koos ervoor om binnen het meldpunt te investeren in een medewerker die contacten onderhoudt met de partners uit het crisisnetwerk. En dat ben ik.

Wanneer spreken jullie over een ‘crisis’?

Wanneer de minderjarige of de ouders aangeven dat er nu, onmiddellijk, hulp moet komen. Als ze aangeven dat het niet meer lukt, dat ze onvoldoende handvatten hebben om verder te kunnen. Als crisismeldpunt gaan wij altijd op zoek naar dat ‘nu’. Wat maakt dat mensen nu contact opnemen? Waarom niet gisteren of morgen?

“Wat maakt dat mensen nu contact opnemen? Waarom niet gisteren of morgen?”

Jullie doen zelf geen crisisopvang.

We bekijken eerst wat we hier en nu kunnen betekenen. We brengen ook altijd de lopende hulpverlening in kaart. We overwegen of we de ouders of jongeren voor een eerste gesprek niet kunnen verwijzen naar een dienst op de eerste lijn, zoals een jongerenadviescentrum of een centrum voor leerlingenbegeleiding. We doen dat wanneer we inschatten dat het ‘nu’ geen crisis is. Soms nodigen we hen zelf uit voor een gesprek of sturen we een mobiel team op interventie. Als er toch opvang nodig is, hebben we zelf één bed in huis voor een jongen of meisje ouder dan 16. Voor alle andere opvang en begeleiding doen we beroep op externe partners.

Die externe partners vormen samen het crisisnetwerk.

Klopt. Binnen dat netwerk zijn er partners met een verzekerd aanbod. Zij houden continu een bed of begeleidingsplaats vrij. Maar de meeste partners uit het netwerk bekijken op het moment van de aanvraag of ze er al dan niet op ingaan. Elementen die dan spelen zijn de samenstelling van de leefgroep, lopende begeleidingen, problematiek van de jongere, zijn er voldoende medewerkers actief, is het vakantie, staan we net voor een weekend? Het maakt dat wij veel rondbellen en de situatie voorleggen. Partners bekijken of ze plaats hebben voor de minderjarige. Maar het netwerk gaat over veel meer dan alleen bedden. Er zijn partners die binnen het hulpprogramma crisisbegeleiding opnemen, mobiel werken of instaan voor terug-naar-huis-begeleiding.

Het zijn niet de cliënten zelf die met jullie contact opnemen?

Toch wel. Minderjarigen, hun ouders maar ook familieleden of buren kunnen aanmelden. Ook dan brengen we de reeds bestaande hulpverlening in kaart. In de praktijk zijn het echter vooral andere hulpverleningsdiensten die aanmelden, zoals de sociale dienst jeugdrechtbank, de centra voor leerlingenbegeleiding, politie of een ondersteuningscentrum jeugdzorg.

Over wat soort situaties gaat het?

Er zijn ouders die hun kind of puber even niet meer aankunnen. Gezinnen waar de boel ontploft. Jongeren die met meubels gooien. CLB-medewerkers die telefoneren omdat een jongere niet meer naar huis wil omwille van ruzie, misbruik of verwaarlozing. Er zijn jongeren met extreme gedragsproblemen en jongeren die worstelen met suïcidegedachten. We hebben ook een aanbod voor gerechtelijke crisissen, dat zijn gezinnen die al opgevolgd worden door de jeugdrechtbank. We doen ook een aanbod in procedure hoogdringendheid. In dit geval is het gezin nog niet gekend door de jeugdrechtbank en schat de jeugdrechter in dat de kinderen onmiddellijk moeten beveiligd worden.

Jij bent meldpuntondersteuner, de enige in Vlaanderen. Wat doe jij precies?

Ik onderhoud contacten met alle partners uit het crisisnetwerk. Ik ben aanspreekpunt op het moment dat de samenwerking wat minder loopt. Ik volg de samenwerking ook actief op. Daarnaast zoek ik waar mogelijk naar uitbreiding van dit netwerk. Drie tot vier keer per jaar breng ik de partners en aanmelders in de drie regio’s (Gent-Eeklo, Waas-Dender, Aalst-Oudenaarde) samen. Dan doen we aan informatie-uitwisseling en casusbesprekingen. Rond de tafel zit een zeer verscheiden groep uit diverse sectoren. Op zo’n overleg komen veel intersectorale perspectieven samen. Dat is waardevol. Ik zorg binnen Oost-Vlaanderen ook voor de bekendmaking van de werking van het crisisteam.

“Als iedereen zich achter zijn beroepsgeheim verschuilt, kom je niet verder.”

Op de agenda staan zoals je zegt casusbesprekingen. Hoe gaan jullie om met het beroepsgeheim?

Iedereen rond de tafel heeft een gedeeld beroepsgeheim. Partners maken zelf de beslissing over de informatie die ze wel of niet delen. In crisissituaties moet je afwegen wat het minst schade berokkent. Als iedereen zich achter zijn beroepsgeheim verschuilt, kom je niet verder.

Jullie hebben geen vast aanbod aan opvang ter beschikking. Of je als minderjarige een plek vindt, is dus een grote toevalstreffer?

Via vraagverheldering brengen we in kaart met welke situatie we te maken hebben. Gaat het om een crisissituatie? Indien we indiceren dat het effectief om een crisis gaat, dan gaan we op zoek naar de minst ingrijpende hulp. Wat we minimaal kunnen aanbieden vanuit het crisisteam is een gesprek bij ons op de dienst. Soms is dit al voldoende om de crisis op te vangen. Het is wel zo dat we als meldpunt afhankelijk zijn van het beschikbare hulpaanbod bij partners. Op dit moment bestaat het crisisnetwerk hoofdzakelijk uit partners die een ‘mogelijks’ aanbod doen. Dit heeft een invloed op het aantal beschikbare plaatsen binnen het crisisnetwerk.

Er zijn in Vlaanderen veel en lange wachtlijsten in de jeugdhulp.

Wij worden elke dag geconfronteerd met die wachtlijsten. Wij hebben geen voorrangsregels, we kunnen de wachtlijsten niet omzeilen. Met een groter aanbod zouden wij alleszins meer speelruimte hebben en kinderen en jongeren sneller de meest gepaste crisishulp kunnen geven. In Oost-Vlaanderen schiet de capaciteit van  de crisisbegeleiding tekort. Daardoor moeten we soms shoppen met minderjarigen, komen ze niet altijd op de juiste plaats terecht.

Als meldpuntondersteuner heb je weinig contact met cliënten. Mis je dat niet?

Ik zie nooit cliënten. Ik probeer wel betrokken te blijven in de casussen waarmee collega’s bezig zijn. Ik heb bewust voor deze job gekozen. Waarom? Ik vind het zeer interessant en boeiend om met veel mensen in contact te komen. De afwisseling en verscheidenheid die ik in een job zoek, vind ik hier.

Jullie moeten de sociale kaart van de provincie door en door kennen.

Het is mijn opdracht om te bekijken hoe we die lokale sociale kaart nog beter kunnen beheersen. Het centrale crisismeldpunt in Oost-Vlaanderen is er pas sinds 1 januari 2014, ik ben nog maar 1,5 jaar in dienst. Voordien waren er in Oost-Vlaanderen meerdere regionale meldpunten. De medewerkers van die verschillende meldpunten zijn niet mee gekomen. De kennis die er was, is verloren gegaan. Ik tracht in mijn job, samen met de collega’s, die kennis terug op te bouwen.

En met resultaat?   

Partners geven aan dat het hebben van een aanspreekpunt een meerwaarde is. Met vragen kunnen ze bij mij terecht, dat is duidelijk. Ik zet vooral in op het onderhouden van contacten. Dat is niet iets wat je kan formaliseren of op papier zetten. Ik ga naar infomomenten en opendeurdagen. Maar evengoed ben ik aanwezig op regionale activiteiten. Ik licht bij andere diensten onze werking toe. Dat doen we op vraag, maar ook pro-actief, op zoek naar nieuwe partners. Doordat ik voltijds werk, heb ik daar ruimte voor. Omdat ik op veel plaatsen kom, kunnen anderen een gezicht plakken op het crisismeldpunt. Dat stimuleert samenwerking.

“Het is druk. Crisissen gaan altijd in pieken.”

Wat is precies je achtergrond?

Ik ben maatschappelijk werker en heb een master in de orthopedagogie. Ik heb stage gelopen op een Centrum voor leerlingenbegeleiding. Ik heb gewerkt in een contextbegeleidingsdienst voor kinderen met een visuele beperking en bij kinderen en jongeren met gedrags- en emotionele stoornissen. Deze laatste bevindt zich op het kruisveld tussen de bijzondere jeugdzorg en het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.  Door deze verscheidenheid in ervaring en sectoren heb ik een vrij goed beeld van wie welke taken heeft, opneemt en waar de knelpunten zich situeren. Ik kan hierdoor vrij goed inschatten welke ruimte sommige organisaties wel of niet hebben. Ik weet dat voorzieningen hun cijfers moeten halen, welke caseload ze hebben en hoe druk het er soms kan zijn. Het is niet altijd vanzelfsprekend als wij daar komen doorgefietst.

In 2014 waren er in Oost-Vlaanderen 969 aanmeldingen voor 1086 minderjarigen. 

Sinds de start van integrale jeugdhulp is het aantal aanmeldingen bij het crisismeldpunt gestegen met 83%. Die toename komt onder meer doordat we nu ook instaan voor de crisissen in gezinnen waar de jeugdrechtbank al bij betrokken is, cliënten zelf mogen aanmelden en een grotere bekendheid. Het is druk. Crisissen gaan altijd in pieken. Een gemiddelde van drie per dag zegt dus niets. Na de krokusvakantie hadden we bijvoorbeeld zestien aanmeldingen op één dag.

Crisissen zijn soms zeer fundamenteel.

Ik denk dat de meeste situaties die hier aangemeld worden echte crisissen zijn in de beleving van de mensen. De situaties zijn soms zeer complex, vaak zijn er al lang veel problemen. Het is verre van altijd duidelijk waarom ze in een crisis belanden. Soms is er een banaal voorval dat andere pijnpunten blootlegt.

Een tijd geleden was er in Antwerpen een moeilijke situatie met een 17-jarig meisje dat uiteindelijk de nacht in de cel heeft doorgebracht omdat de kinder- en jeugdpsychiatrie geen gepaste oplossing vond.

De kinder- en jeugdpsychiatrie zit niet vervat in integrale jeugdhulp. Hier in Oost-Vlaanderen werken we wel samen. Twee namiddagen per week kunnen we beroep doen op een mobiele interventie waarbij we samen met een partner van de kinder- en jeugdpsychiatrie samen  op interventie gaan om te bekijken welke hulp het meest passend is. Deze samenwerking loopt vlot. Maar de samenwerking bedient  enkel de linkerhelft van de provincie (Gent-Eeklo-Deinze-Oudenaarde). We bekijken nu of we ook in Aalst en het Waasland zoiets op poten kunnen zetten.

“We zien veel kinderen en jongeren met psychische problemen.”

Heb jij het gevoel dat het aantal psychische problemen bij jongeren toeneemt?

We zien veel kinderen en jongeren met psychische problemen, maar ik durf niet te zeggen dat ze toenemen. Dat weet ik niet. Heel wat problemen en oorzaken bij kinderen en jongeren situeren zich in de context van de minderjarige. Of worden daardoor een probleem. We proberen samen met de kinder- en jeugdpsychiatrie in te schatten of en hoe wij in die context kunnen werken.

Wat zou nog beter kunnen in de samenwerking?

We ambiëren een verdere professionalisering van het hulpprogramma. Het crisisnetwerk is bij de start opgebouwd uit vrijwillige engagementen. Teams, directies, opvoeders die afspraken dat ze bij crisissituaties een hulpaanbod wilden doen. Men wilde vermijden dat minderjarigen in de bijzondere jeugdzorg zouden terechtkomen. Op termijn willen wij als crisismeldpunt echter meer verzekerde opvang- en begeleidingscapaciteit hebben. Hoe sterker het beschikbare hulpaanbod, hoe meer garantie wij kunnen bieden op de gepaste hulp. We blijven ook investeren in samenwerkingsverbanden met zowel aanmelders als partners en zinvolle spelers in de regio’s.

“Voor mensen die er niet midden instaan, is de hulpverlening een ingewikkeld landschap.”

De jeugdhulp is een ingewikkeld veld. Het is jouw job om dit landschap door en door te kennen. Voor cliënten is dit echter een ondoorgrondelijk kluwen.

Ik denk dat het zelfs nog een kluwen is voor heel wat  hulpverleners. Op het moment dat ik ben beginnen werken, was integrale jeugdhulp er al. Ik ken niets anders. Voor mij is het redelijk duidelijk hoe de vork in de steel zit omdat ik er dag in dag uit mee bezig ben. Vanuit het crisisteam zitten we er middenin. Wel worden we voortdurend geconfronteerd met de hiaten die er zijn, in voorzieningen, tussen diensten onderling… Wij melden vanuit het crisismeldpunt meestal de moeilijke en complexe situaties aan. Niet de gemiddelde doorsnee cliënt. We moeten dus onderzoeken hoe breed diensten ‘Brede Instap’, begeleidingsdiensten en voorzieningen kunnen gaan in hun opdracht. Maar voor mensen die er niet midden instaan, is de hulpverlening inderdaad een ingewikkeld landschap.

Door Nico Bogaerts voor Sociaal.net

Deel dit artikel

Over de auteur

Sociaal.Net is hét online platform voor iedereen met interesse in sociaal werk, welzijn en gezondheid. Het is gegroeid uit de vaktijdschriften ‘ALERT voor sociaal werk en politiek’ (vzw Pluralistisch Overleg Welzijnswerk) en het ‘Tijdschrift voor Welzijnswerk’ (vzw Verbond van Instellingen voor Welzijnswerk). Bevoorrechte partners zijn het Vlaams Welzijnsverbond en SOM, de federatie van sociale ondernemingen.

XSLT Plugin by BMI Calculator