meeschrijven met dzjoef

Een golf van Bulgaars nieuws

3

Zouden de Bulgaren in 2014 massaal naar België migreren of niet? Rond de jaarwisseling gingen in de pers stemmen op dat we ons hart moesten vasthouden. Vooral in Gent. Daar verblijven al enkele jaren aanzienlijk wat Bulgaren. De stad zou volgens de populaire pers overspoeld worden door gelukzoekers, maar een half jaar later blijkt de gevreesde migratiegolf echter meer fictie dan werkelijkheid. Waar kwam die foute beeldvorming vandaan?

“Ik heb schrik”, vertrouwde de Gentse burgemeester Daniël Termont (SP-A) een journalist aan de telefoon toe. “Als er nog mensen bijkomen, zitten we met een serieus probleem”. Het is 6 december 2013 en terwijl alle voorpagina’s van de Vlaamse pers het nieuws brengen van het overlijden van Nelson Mandela, publiceert De Standaard middenin de krant twee artikelen over de arbeidsmigratie van Bulgaren in de Europese Unie. In het midden van de pagina prijkt een onheilspellende titel: “Gent vreest nieuwe Bulgaarse golf”.

“Termont bang…”, “Gent vreest…” – de inkt is nog maar net droog of de uitspraken van de burgemeester uit De Standaard razen over het internet. Grote nieuwswebsites en kranten in Vlaanderen slaan massaal aan het copy-pasten. Sommige doen er een schepje bovenop. Een vervallen woonwijk, een armoedige man met twee trolleys: de foto die de krant De Gentenaar aan het nieuws toevoegt, laat weinig aan de verbeelding over wat Bulgaarse arbeidsmigratie voor Gent kan betekenen.

En het blijft niet bij Gent en haar Bulgaren. Op 24 december is Antwerps OCMW-voorzitster Liesbeth Homans (N-VA) aan de beurt. Terwijl voor- en tegenstanders van beperkingen op de arbeidsmigratie van Bulgaren en Roemenen in Nederland en Groot-Brittannië heftig debatteren, laat Homans weten misnoegd te zijn dat de federale regering “zich neerlegt” bij de arbeidsmigratie. Wie gaat dat betalen als Roemenen naar het OCMW stappen? “Antwerpen vreest golf Roemenen” kopt De Standaard.

Bulgaarse winkels2

Geleidelijk aan is een heel netwerk van Bulgaarse cafés en winkels gegroeid

Naarmate de Vlaamse pers over eventuele arbeidsmigratie uit Oost-Europa bericht, lijkt het steeds waarschijnlijker dat er in 2014 een nieuwe migratiegolf zal aankomen. In de maalstroom van berichten rijzen heel wat niet te beantwoorden vragen. Wat zal de omvang van de migratie van Bulgaren zijn? Wat zal dat voor het OCMW betekenen? Kortom: wat als…? Het klinkt allemaal zo onzeker dat de toonzetting negatief wordt. Migratie “dreigt”, schrijft Het Nieuwsblad.

Dezelfde hypothetische vragen zetten ook de toon tijdens een uitzending van VTM Nieuws op 29 december. Nieuwslezeres Elke Pattyn interviewt er Europees president Herman Van Rompuy. Hij vindt “dat men de mensen schrik aanjaagt”. Pattyns vraag wie gaat betalen voor de gevreesde “duizenden nieuwe OCMW-klanten” noemt hij een politieke twist in verkiezingstijd waarover hij zich niet verder wil uitspreken.

In 2014 is het uitkijken naar de eerste cijfers over de gevreesde migratie. “Sterke stijging Roemenen en Bulgaren”, koppen de websites van Het Nieuwsblad en De Standaard al op 28 januari. Ten opzichte van januari vorig jaar, blijkt de registratie van Bulgaren in Gent met meer dan vijftig procent te zijn toegenomen. Significant, “maar geen overrompeling”, citeren de kranten Gents schepen van burgerzaken Sofie Bracke (Open VLD).

Jan Balliu: we zien dat Bulgaren in verhouding tot hun aantallen nauwelijks vertegenwoordigd zijn bij het OCMW. Er kloppen er wel aan, natuurlijk, maar het zijn er relatief weinig

Europese arbeidsmigratie

In februari doet er zich dan wat merkwaardigs voor: de nieuwsstroom valt zo goed als stil. Waar zijn de nieuwe Bulgaren gebleven? Waar is de golf? Waar de wachtrijen voor de OCMW’s? In landen zoals Nederland en Groot-Brittannië, waar de pers was opgezweept door conservatieve politici als Geert Wilders en de Britse premier David Cameron, liep het debat met een sisser af. Wat was er gebeurd?

De verwachte arbeidsmigratie waar de pers rond de jaarwisseling op gezinspeeld had, was op dat eigenste moment voorwerp van debat in de Europese instellingen. Europese lidstaten discussieerden er over overgangsmaatregelen die her en der van kracht waren op Bulgarije en Roemenië, landen die sinds 2007 lid zijn van de Europese Unie. Om de arbeidsmigratie uit die landen te controleren, hadden België en negen andere lidstaten namelijk tot zeven jaar lang beperkingen opgelegd.

Wilden Bulgaren en Roemenen zich bijvoorbeeld in België al dan niet tijdelijk vestigen als werknemer, dan hadden zij voorafgaand een arbeidskaart nodig. Enkel wie kon bewijzen zelfstandige te zijn, had er geen nodig. Het had onder meer als gevolg dat een deel van de Bulgaren en Roemenen die naar België kwamen hier ongeregistreerd verbleven en dat een opvallend groot deel onder hen (schijn)zelfstandige was.

De overgangsmaatregelen golden maximaal zeven jaar. Het verstrijken van deze termijn heeft voor een geagiteerd debat gezorgd waarbij vooral conservatieve politici, zoals Cameron, van leer trokken tegen de EU en haar migratiebeleid. Zowel de meerderheid van de lidstaten als de Europese Commissie bleek echter voorstander van het vrij verkeer van personen. De overgangsmaatregelen moesten hoe dan ook verdwijnen.

Onderbuikgevoel

Als coördinator voor intra-Europese migratie bij de Gentse integratiedienst bekijkt Jan Balliu de negatief gekleurde media-aandacht voor de opheffing van de overgangsmaatregelen wat vanop afstand. “Bij het OCMW vrezen de mensen geen grotere toestroom”, stelt hij gerust. “De meeste Bulgaren komen naar Gent met de intentie om te werken. Wij zeggen dat zo omdat we zien dat Bulgaren in verhouding tot hun aantallen nauwelijks vertegenwoordigd zijn bij het OCMW. Er kloppen er wel aan, natuurlijk, maar het zijn er relatief weinig.”

In De Standaard en Het Nieuwsblad van begin december is gewag gemaakt van “een tweede loket migratie”, mochten er zich in 2014 plots veel Bulgaren willen inschrijven. Balliu noemt het een misverstand: er komt geen tweede loket migratie in Gent, daar was nooit sprake van. “De kans is wel reëel dat er de komende jaren een migratiestroom zal zijn. Wij hebben signalen gekregen dat mensen uit Bulgarije naar Gent zouden komen. Niet één telefoontje van één persoon maar vele honderden signalen. Of dat een sprong maakt naar duizend of meer is koffiedik kijken.”

Vanwaar dan de vrees uit de berichtgeving? Het is het effect van cijfers. “Zet je de cijfers van de jaarlijkse aangroei van Bulgaarse migranten in Gent in een grafiek, dan zie je vanaf 2007 een lijn die haast recht naar boven gaat”, zegt Balliu. “Het stijgt met duizendtallen.” Bij de stad vermoedt men dat bovenop de dikke zesduizend geregistreerde Bulgaren er nog eens evenveel ongeregistreerd in de stad zouden kunnen verblijven. Al blijft het gissen.

Balliu houdt ook rekening met een specifiek migratiepatroon: “een of twee leden van de familie komen vanuit Bulgarije bijvoorbeeld naar Gent en eenmaal ze woonst en werk hebben, kan de familie overkomen.” Dit patroon steunt op de ontwikkeling van een eigen etnisch netwerk in de stad. “Geleidelijk aan groeit er een geheel van cafés, winkels, enzovoort”, zegt Balliu. “Dat was ook zo bij de Turkse en de Marokkaanse gemeenschap en we beschouwen dat als een indicator dat de meeste Bulgaren hier ook komen om te blijven.”

Termont: Er zitten hier ongeveer 12.000 mensen van Roemeense, Bulgaarse of Slowaakse achtergrond, maar er zijn uiteindelijk maar enkele families waar we problemen mee hebben.

“Wie is bang van de Bulgaar?” vroeg De Morgen zich op 24 december 2013 af. Van ‘de Bulgaren’ hebben we niet te vrezen, vindt Balliu. ‘De Bulgaar’ bestaat ook niet, want Bulgaren vormen een wel erg diverse gemeenschap. Een belangrijk deel van de Bulgaren in Gent is van Roma-origine, maar de Bulgaarse gemeenschap telt leden met Turkse wortels die zich deels in de Turkse gemeenschap van de stad hebben ingeplant. En dan zijn er nog de Slavisch-orthodoxe Bulgaren, van wie velen hier al sinds de jaren negentig zijn.

Wat Balliu wel zorgen baart, zijn de de soms schrijnende omstandigheden waarin een gevoelig aantal migranten terecht komt. Maar die vertekenen het beeld dat we van migratie hebben. “Hoger opgeleide mensen vinden meestal zelf hun weg”, zegt Balliu. “We worden inderdaad eerst geconfronteerd met zij die problemen ondervinden.” En dan waren er de Bulgaren die zich vanwege de overgangsmaatregelen niet hadden laten registreren maar hier wel verbleven.

Het is een vraag die niet enkel de stadsdiensten maar ook de lokale pers bezig houdt. In Migrant zoekt toekomst (2012) stellen drie Gentse onderzoekers dat de media het aantal Bulgaren in Gent op basis van de niet-geregistreerde migratie heeft overschat. “In De Gentenaar maakt men gewag van 15000 Bulgaren in Gent (De Gentenaar, 14 maart 2012). We hebben het raden naar de basis van deze schattingen.” De auteurs pleiten in hun studie van de Gentse migratie dat hoewel het aantal Bulgaren sinds 2007 aanzienlijk is gestegen, de aangroei gestaag daalt.

Uitzonderlijke omstandigheden

Hoeveel zijn het er? En vooral: hoeveel komen er nog bij? In Het Nieuwsblad van 27 december 2013 lezen we dat het om “verschillende Vlaamse gemeenten” gaat waar de schrik voor “een golf” er goed in zit. Ook VTM-nieuws, Het Journaal en Het Laatste Nieuws hebben dit onderbuikgevoel belicht. Waar komt het vandaan? Kijken we naar de berichtgeving van rond de jaarwisseling, dan valt op hoe de gezinspeelde schrik terug gaat op uitspraken van de Gentse burgemeester in De Standaard van 6 december.

Yves Delepeleire, journalist bij de binnenlandredactie van De Standaard, had Daniël Termont de dag voordien aan de telefoon. “Burgemeester Termont klonk toch wel ongerust”, vertelt Delepeleire. De redactie is die dag op zoek naar een Belgische insteek voor het Europese migratiedebat en Delepeleire legt zijn oor te luister bij de burgemeester van Gent, een stad waarvan hij als Gentenaar weet dat er sinds enkele jaren een aanzienlijke groep Bulgaren verblijft. “De burgemeester was niet in zijn doen en ik ben naar de nieuwsmanager gegaan met het idee dat het goed was om dat op de voorpagina te brengen.”

Delepeleire spreekt uitgebreid met Jan Balliu, die tracht eventuele geruchten te nuanceren. Maar dan komt op de redactie overweldigend nieuws binnen: Nelson Mandela is zojuist overleden. “Zo’n uitzonderlijke omstandigheid doet alles in het niet verdwijnen”, zegt Delepeleire. “Mijn hele stuk is binnenin geplaatst en het interview met Jan Balliu heb ik moeten aanpassen. Zijn hele verhaal heb ik te weinig kunnen brengen.”

"Die journalisten bellen mij iedere keer"

Termont: “Ik kan nu geen Bulgaren aanduiden die onlangs naar hier gekomen zijn”

In Gent zit burgemeester Termont wat verveeld met de persaandacht. “Ze bellen iedere keer – die journalisten”, zegt hij schouderophalend. “Ik begrijp zeer goed dat een aantal Bulgaren zich nu geviseerd voelt, maar het zijn wel de kranten die het spektakel opzoeken.” Het is niet de eerste keer dat de Bulgaarse gemeenschap in Gent op persbelangstelling kan rekenen na enkele uitspraken van Termont (de reportage “Bulgarije aan de Leie” van Panorama uit 2011, tk.), maar van zwijgen wil hij niet horen. “Moet je als burgemeester zwijgen als er slecht nieuws is?”

Termont wil nuance brengen, zegt hij, maar beseft ook dat bij gebrek aan context de uitspraken van zwaarwichtige politici kunnen polariseren. “Ik weet dat dat inderdaad tot een verkeerd beeld kan leiden”, zegt Termont, “maar ik kan de pen of de micro van de pers toch niet vasthouden? (Geagiteerd) De kranten maken er een spektakel van. Het is bijvoorbeeld verschrikkelijk dat je in interviews zo weinig tijd en ruimte krijgt alle aspecten te belichten.”

Hadden de journalisten zich de schrik dan compleet ingebeeld? “We vangen signalen op waar ik inderdaad schrik van krijg”, geeft Termont toe. “De situatie die ons soms confronteert, is dat een aantal migranten intrekt in woonvoorzieningen die absoluut niet aangepast zijn. De mensen daar wonen soms met tien, vijftien mensen in een klein huisje. Ze slapen naast elkaar op matrassen in onhygiënische omstandigheden.”

Dus rijst bij het stadsbestuur de vraag: wat als er nog meer zulke gevallen zijn? Niemand, ook de burgemeester niet, kan het met zekerheid zeggen. Het leidt tot een gevoel van bang afwachten. Doordat een groter aantal Bulgaren zich sinds januari 2014 inschrijft als werkzoekende of werknemer, krijgt de stad er meer zicht op. Net als Jan Balliu vindt de hij het een goede zaak dat ze door registratie uit de grijze zone komen, maar de burgemeester blijft ongerust. “Het is geen stabiel statuut, want ze moeten binnen drie maanden bewijzen dat ze werk hebben. Velen zullen geen werk vinden, want we hebben nu al een hoge werkloosheid.”

Termont trekt zich liever op aan positieve voorbeelden. “Er zitten hier ongeveer 12.000 mensen van Roemeense, Bulgaarse of Slowaakse achtergrond”, zegt hij, “maar er zijn uiteindelijk maar enkele families waar we problemen mee hebben. Alle anderen slagen erin om in stilte in deze stad te leven.” En net die stad doet al heel veel voor de mensen, vindt hij. De oprichting van een sociale-economiebedrijf, bijvoorbeeld, om langdurig werklozen aan werk te helpen. “Ik maak me er vaak druk over dat de pers toch nog zo veel negatiefs schrijft.”

Twee hypothesen

Gent heeft last van hoge werkloosheid en acute woningnood: “als er nog mensen bijkomen, zitten we met een serieus probleem”, zei de burgemeester daarom aan De Standaard. Een belangrijke nuance die dus verloren is gegaan. Maar onbeantwoord blijft de vraag of we zeker waren dat Bulgaren massaal zouden migreren. Die zekerheid blijkt echter nooit te hebben bestaan. Het bleef bij indicaties.

In een interview op Radio 1 van 29 november met Daniël Termont en de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb had men het nog over de geanimeerde discussie tussen politici die beweren dat Bulgaren vanaf 1 januari massaal naar hier zouden komen enerzijds en de deskundigen anderzijds die menen dat de meesten die de voorbije jaren aan migreren hebben gedacht al gemigreerd zijn.

Het eerste verhaal kreeg alom aandacht, maar waar is de tweede hypothese gebleven? Balliu wijdt de aandacht voor de eerste hypothese deels aan moeilijk te interpreteren cijfers. “De opheffing van de overgangsmaatregelen zal Bulgaren aanzetten zich in te schrijven die hier al een poosje zijn”, zegt Balliu. “We gaan kijken of het mogelijk is om te registreren of mensen die zich aandienen nieuwkomers zijn of hier al een aantal jaren verblijven. Dat is uiteraard niet gemakkelijk.”

Termont wijst opnieuw op de drang naar spektakel. “Journalisten bellen mij: ‘hoe zit het?’, maar ik zeg: ‘sorry, er zijn er geen, ik kan nu niemand aanduiden die onlangs speciaal naar hier gekomen is’. De mensen komen niet in golven. Dat is goed nieuws, maar wat zie je daarvan in de pers? (Opgewonden) Niets.” Over de tweede hypothese is er her en der wel wat geschreven. In De Standaard van 6 december kwam het bijvoorbeeld zijdelings aan bod, maar de overige nieuwssites hebben het niet overgenomen.

Een uitzondering was Jeroen Zuallaert, wiens reportage over de Bulgaarse migratie begin januari in Knack verschijnt. “Wat mijn stuk onderscheidt, is dat er een aantal Bulgaren aan het woord komt, maar zoiets is moeilijker als je voor een krant werkt”, zegt Zuallaert begripvol voor zijn dagbladcollega’s. Het vergt tijd, weet Zuallaert, om bronnen te vinden onder mensen met een migratieachtergrond. “Ik heb het ook geprobeerd (lacht): fietsen naar de Dampoort (waar relatief veel Bulgaren verblijven, tk.) en er lukraak op zoek gaan. Dat werkt niet.”

Orchan Chanchoolo

Chanchoolu relativeert: “Veel Bulgaren zullen terugkeren. Het regent hier te veel.”

Eén van de Bulgaren die Zuallaert graag te woord stond, is de Gentse ondernemer Orchan Chanchoolu. Hij heeft de laatste jaren veel Bulgaren zien komen en gaan. Ook de media-aandacht is voor hem niet nieuw. “Ik maak een onderscheid tussen twee soorten pers”, lacht hij. “Je hebt de echte journalisten en de ‘artiesten’. De serieuze journalisten zoeken uit hoe het zit, de artiesten maken er een drama van.”

Naast Gentse Bulgaren was er een congres van het CeMIS.  “Het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies heeft intra-Europese migratie onderzocht”, zegt Zuallaert. “Handig, want hoewel er statistieken zijn, is er toch een gebrek aan cijfers – een gigantisch probleem.” Onder meer daar valt het hem op dat deskundigen van mening verschillen met een aantal politici en zet hij zich aan het schrijven. “Mijn invalshoek? ‘Niet zeveren: er komt geen tsunami van Bulgaren’. De overgangsmaatregelen duurden zeven jaar. Iedereen wist dat ze zouden aflopen. Moet je als politicus de laatste maanden klagen?”

En dan is er nog de negatieve toonzetting over de gevolgen van de opheffing van de overgangsmaatregelen. “Praat met mensen die er meer over weten”, zegt Zuallaert. “Praat met Jan Knockaert van OR.C.A (organisatie voor clandestiene arbeidsmigranten, tk.). Zij zeggen: de opheffing is een goede zaak voor iedereen. Als migranten hier legaal kunnen werken, hoeven ze niet onder de prijs te werken.”

In 2014 blijkt de migratiegolf inderdaad mee te vallen. Eind januari was de stad Gent al met cijfers voor de dag gekomen. In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar heeft om en bij het dubbele van het aantal Bulgaren zich in Gent geregistreerd. Dat lijkt veel, maar het ging om 99 personen in totaal. In De Gentenaar zegt schepen Bracke “dat we niet van een overrompeling kunnen spreken: de mensen staan hier niet in rijen dik aan te schuiven.”

Rondvraag leert dat de bevolkingsdienst tot op het moment van schrijven nog geen cijfers wenst te geven om zelf de situatie op langere termijn te kunnen bekijken. Jan Balliu stelt vanuit de integratiedienst alvast geen noemenswaardige verandering vast. Aanzienlijk wat Bulgaren migreren nog steeds naar Gent, maar net als de auteurs van het boek Migrant zoekt toekomst vermoedt Balliu dat het om een dalende trend gaat. De tweede hypothese lijkt daarmee realistischer dan de gevreesde golf die uit de beeldvorming naar voren gekomen is.

Aanzienlijk wat Bulgaren migreren nog steeds naar Gent, maar men vermoedt dat het om een dalende trend gaat.

‘Niet illegaal’

Vesselin Valkanov is als Bulgaarse ambassadeur in België niet ongevoelig voor de potentiële gevolgen van de foute beeldvorming. Valkanov benadrukt dat de Bulgaarse gemeenschap al jaren bijdraagt aan de Belgische economie, onder meer door een aanzienlijke groep ondernemers.” Belgische ondernemers hebben bovendien al decennia lang goede relaties met Bulgarije onderhouden”, zegt hij. Dat uit de pers vaak een negatieve toon naar voren is gekomen, vindt hij spijtig, maar hij hoedt zich voor rancune en geslotenheid. “Ik vraag van Bulgaren in België dat ze zich openstellen voor dit land.”

“Ik geef alle Bulgaarse nieuwkomers dezelfde boodschap mee: leer de taal en leer je rechten en plichten kennen”, zegt hij en Valkanov excuseert zich voor het feit dat hij zich nog met Engels moet behelpen. “Zijn er problemen? Neem eerst en vooral contact op met de overheid. Sluit je niet af.” Ook de Vlamingen wil Valkanov gerust stellen. “Over het algemeen doen Bulgaren het volgens het boekje. Onder de hooguit 21.000 Bulgaren in België zijn er misschien duizend die zich als rotte appels in de mand gedragen. Maar er moeten duidelijke en rechtvaardige regels zijn, anders krijg je natuurlijk mensen die tegen het systeem ingaan.”

In de Gentse vzw Kom-Pas, waar migranten inburgeringscursussen kunnen volgen, vormen mensen met Bulgaarse achtergrond sinds enkele jaren de grootste groep die Nederlands volgt. Ze krijgen er onder anderen les van Ayten Mehmedova, stichtster van de eerste Bulgaarse vereniging in Gent. Mehmedova vindt Bulgaren gemakkelijk te integreren vanwege hun Europese wortels en hun diversiteit, maar aanpassing vergt tijd.

“Wij zijn hier nog niet zo lang als de andere gemeenschappen”, zegt ze, “toch worden we wel al geëvalueerd.” Die evaluatie is snel negatief of onzeker, vindt ze. Eén gerucht in de pers volstaat om een mening te vormen: “Vlamingen zullen veeleer steunen op woorden dan op de realiteit van het dagelijks leven”, verduidelijkt Mehmedova. “Hoeveel Bulgaren kent een Vlaming? Kom eens naar mijn lessen, spreek met de Bulgaren, dan pas zal iemand zich echt een beeld kunnen vormen.”

Een aantal politici heeft volgens haar de migratie te snel tot electoraal thema verheven. “Stop daarmee, dacht ik, stop met die antireclame. Het is slecht voor de Bulgaarse gemeenschap.” Net als Van Rompuy vindt ze dat een aantal politici de aandacht voor Bulgaarse migratie heeft misbruikt vanuit een politiek agenda. “Ik begrijp Daniël Termont, want de druk bij hem is groot”, zegt Mehmedova. “Maar hij moet ook rekening houden met de intenties van andere partijen. Zeg dus alsjeblief niet te veel over onze gemeenschap.”

Mehmedova is verbolgen over het Europese debat over arbeidsmigratie van eind 2013. “Je kunt toch geen poort bouwen aan Dampoort en Bulgaren verbieden?” Een poort bouwen om migranten te verbieden – het was het zinnebeeld van cartoonist Joris Snaet dat op 27 december in De Standaard is gepubliceerd. Tientallen migrantenarbeiders metsen er een versterkte grensovergang met een poort. Hoewel een aantal conservatieve politici de EU wil afsluiten, was de boodschap van de cartoon, steunt Europa in realiteit wel op migratie om zich te ontwikkelen.

De cartoonist noemde de grensovergang “Toegangspoort Europese Unie” en de cartoon begeleidde een artikel getiteld: “Al 35.000 Roemenen en Bulgaren met Vlaamse job”. Jan Balliu stoort zich wat aan het zinnetje boven de poort. “Dat is absurd. Waarlangs moeten Bulgaren de EU binnenkomen? Ze zitten er al in!” Ook Termont is voorzichtig. “Bulgaren zijn hier niet ‘illegaal’ want het zijn Europeanen: die mogen reizen waarheen ze willen. Een aantal had zich gewoon niet ingeschreven en dus konden we niet bevestigen of ze er waren.”

“Ik vind het belachelijk”, zucht Mehmedova. “Voor veel Bulgaren is het belachelijk want deze mensen krijgen hoe dan ook hun rechten. Welke argumenten hebben zij die klagen? Het enige wat ze tegen mij lijken te gebruiken is het Bulgaar-zijn.”

David Cameron

Mehmedova stoort zich aan de houding van politici als David Cameron. “Welvaartstoerisme”, “ze komen om te profiteren”, “het land zit vol”: in zijn optredens ging Cameron zelfs zo ver dat hij de overgrote meerderheid van zijn eigen Brits Lagerhuis tegen zich in het harnas joeg. Als het jaar 2013 op zijn einde loopt, is de politieke twistappel over Europese migratie overrijp: Cameron en zijn medestanders hebben het niet gehaald in het debat en schuwen de grove taal niet langer. Ook elders gaan populisten rond de jaarwisseling met de publieke opinie aan de haal. In Frankrijk steelt Marine Le Pen de show en in Nederland trekt Geert Wilders van leer.

Termont: Journalisten bellen mij: ‘hoe zit het?’, maar ik zeg: ‘sorry, er zijn er geen, ik kan nu niemand aanduiden die onlangs speciaal naar hier gekomen is’.

Delepeleire heeft het wat vanuit de krantenredactie gade geslagen en lacht: “In wat voor een populistische stroom is Cameron verzeild geraakt? Hij kreeg de publieke opinie zo ver mee dat een aantal Britse journalisten de eerste vlucht van januari 2014 uit Bulgarije heeft opgewacht. De ene persoon die werkelijk overgevlogen is om te werken hebben ze microfoons onder de neus geduwd. Het was zo overdreven, bijna een heksenjacht.”

Ook uit de kolommen van de Vlaamse kranten was Cameron niet weg te slaan. “We konden hem niet negeren”, zegt Delepeleire, “omdat hij zo’n belangrijke Europese leider is.” Heeft de pers zich dan niet laten bespelen? Zuallaert betwijfelt het: “Terecht of niet, naar mijn mening zijn de uitspraken van Cameron vooral gekaderd als een uiting van de deloyale houding van de Britse conservatieven ten opzichte van Europa.” Mehmedova ziet wel een neveneffect. “In het begin hebben de mensen ermee gelachen, maar uiteindelijk hebben de media politici als Cameron te serieus genomen.”

Valkanov lacht wat ingetogen als hij de naam Cameron hoort: “Als de verkiezingen naderen, voelen politici zich verplicht de vinger aan de pols van het volk te houden. Politici zijn wie ze zijn en ik kan een journalist die dat allemaal verslaat maar aanraden om de zaken vanuit meerdere invalshoeken te bekijken, meerdere stemmen aan bod te laten komen, en zo objectief mogelijk te zijn.”

Tekst: Thomas Keirse

Foto’s: Winne Lievens

Dit artikel verscheen eerder op de website Apache.be

 

PS: Na publicatie van bovenstaand artikel op Apache.be, heeft Bert Staes, journalist bij De Gentenaar mij op een artikel gewezen dat ik had gemist. Het is een nieuwsbericht van 18 juni dit jaar uit Het Nieuwsblad.

Hoewel ik midden juni om cijfers naar de bevolkingsdienst had gebeld, en later naar de integratiedienst, en er te horen kreeg dat er geen zouden volgen behalve “later op het jaar”, is diezelfde maand in De Gentenaar wel een artikel met cijfers van de gemeentelijke overheid verschenen.

Hoewel ik dit artikel heb gemist, is het wel heel relevant voor het onderwerp van mijn artikel. Bert Staes schrijft er onder meer:

“Sinds januari hebben 554 Bulgaren en 76 Roemenen zich in Gent geregistreerd voor een lang verblijf. Dat blijkt uit cijfers van schepen van Burgerzaken Sofie Bracke (Open VLD). Dat is meer dan in dezelfde periode vorig jaar, maar van een toevloed is geen sprake.”

“Van veertig procent van de nieuwe Bulgaren werd er geen spoor teruggevonden. ‘Een deel hiervan zal echt al clandestien in Gent of in België geweest zijn. Niet al deze mensen zijn dus effectief nieuw in onze stad’, zegt Bracke. ‘Er is wel een tendens merkbaar, maar het gaat lang niet allemaal om nieuwkomers.’”

Bert Staes meldde bovendien dat De Gentenaar wel gepubliceerd heeft dat de massale migratie van voornamelijk Roma uit Slowakije, een gelijkaardig nieuwsfeit uit februari waar na een alarmerend bericht van Caritas over is gespeculeerd, ook is uitgebleven.

Deel dit artikel

Over de auteur

Thomas is hoofd- en eindredacteur bij DZJOEF

XSLT Plugin by BMI Calculator