meeschrijven met dzjoef

“Mooie job hé, mensen samenbrengen?”

0

Afspreken met vrienden, op café, naar de film of het theater gaan – het lijkt iets vanzelfsprekends, maar dat is het voor velen niet. Wie kampt met psychische problemen, is vaak ook sociaal geïsoleerd. Daarom heeft een aantal hulpverleners buddywerking uit de grond gestampt.

Wie ontslagen wordt na een opname in een psychiatrische instelling, valt weleens in een leemte. Ook sommige hulpverleners nemen al jaren de behoefte waar om deze mensen met anderen in contact te brengen na en naast de hulpverlening. Vzw Metawonen is twintig jaar geleden opgericht door zulke hulpverleners. Hun concept? “buddywerking”, waarbij vrijwilligers en gewezen patiënten met een psychiatrische problematiek elkaar ontmoeten. In 2007 heeft de toenmalige minister van Welzijn en Volksgezondheid, vanuit de vaststelling dat deze buddywerking goed functioneert, er een proefproject van gemaakt als voorbeeld voor heel Vlaanderen. Sinds 2011 is Metawonen een “verankerde werking”, en nu is er in elk CGG-gebied (Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg) een buddywerking met als voorbeeld de werking van deze vzw. Buddywerking Gent is een samenwerking tussen vzw Metawonen, Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) Eclips en Buddywerking Vlaanderen. Liesbet D’haeseleer van Buddywerking Gent legt uit.

Wat is Buddywerking Gent precies?

“Wat wij doen is mensen samenbrengen: enerzijds vrijwilligers, de “buddy’s”, die wij voorstellen aan “deelnemers”. Die deelnemers zijn mensen met een psychische of psychiatrische problematiek. De buddy’s zijn vrijwilligers die zich engageren om voor een bepaalde tijd iemand te ontmoeten. De deelnemers zijn allemaal mensen met een kwetsbaarheid die naar hier komen om opnieuw sociaal contact aan te gaan. Velen zijn geïsoleerd geraakt als gevolg van hun ziekteproces en zijn de verbondenheid met de samenleving en met andere mensen wat kwijtgeraakt. En om dat terug op te bouwen komen ze naar hier.”

“De mensen komen naar hier omdat ze kampen met emotionele of sociale eenzaamheid. Anderzijds zijn er ook mensen die terug op stap willen gaan, die geïsoleerd binnen zitten of te angstig zijn om naar buiten te gaan en eigenlijk iemand zoeken die samen met hen die drempels wil nemen. Al is het maar om te gaan wandelen, naar het theater of de cinema te gaan, een terrasje te doen of samen iets te gaan eten. Mensen zijn op zoek naar zinvolle vrijetijdsbesteding en ze komen hier vragen om dat samen met een buddy te doen. Soms komen mensen naar hier met de vraag naar een vertrouwenspersoon los van de hulpverlening. Want de vrijwilligers staan los van de hulpverlening. Dat zijn geen therapeuten of psychologen.”

De methodiek van duo-werkingen lijkt wel populair te zijn tegenwoordig?

“Absoluut. We merken dat er veel nieuwe werkingen ontstaan. Mensen komen bij ons vragen hoe wij dit organiseren aangezien de buddywerking in Gent intussen een uitgebreide expertise heeft. Het werkt. En wat maakt juist dat het werkt? Dat de vrijwilligers losstaan van de hulpverlening, zij worden er niet voor betaald. Ze doen dit echt uit overtuiging. En we merken bij de deelnemers dat dit feit alleen al hen zelfvertrouwen geeft: “ik ben de moeite waard dat iemand mij belangeloos wil ontmoeten.” Dat is fijn om te ervaren.”

“De vrijwilligers zetten zich in maar ze weten bij aanvang niet voor hoe lang. Het langste contact hier duurt al negentien jaar. Soms komen er vrijwilligers die zich voor enkele maanden of een jaar willen inzetten. Dat kan ook. Maar de meeste contacten lopen over jaren. Dan ontstaat er een zodanige vertrouwensband dat de buddy bijna de rode draad door iemands leven wordt. Soms gaan mensen in opname, op ontslag, veranderen van therapeut, … maar de buddy blijft vaak een stabiele factor doorheen iemands leven.”

Hoe begin je daar eigenlijk aan? Is dat op vraag van de vrijwilligers of van de deelnemers?

“Beiden. Onze job is om deze twee samen te brengen. We besteden daar echt veel zorg aan omdat we ontgoocheling willen voorkomen. Wij proberen zowel de vrijwilligers als de deelnemers eerst goed te leren kennen tijdens verschillende kennismakingsgesprekken. Daarna bespreken we wie bij wie zou kunnen passen, we noemen dit “matchen”. Mensen ontmoeten elkaar hier voor de eerste keer. Dat is een beetje een blind date: ze krijgen drie kwartier tot een uur tijd om elkaar te leren kennen. De volgende dag bellen wij dan op met de vraag of de deelnemer het ziet zitten dat die persoon zijn buddy wordt. En omgekeerd.”

“We stellen mensen aan elkaar voor op basis van interesses, zodat er iets gemeenschappelijks is. En anderzijds kan dat ook gaan over levensvisie, overtuigingen karakter, … waarvan wij vermoeden dat ze samen zouden passen. Of zeer objectief: man, vrouw; roker – niet roker; of iemand graag huisbezoeken heeft of liever actief is. Dat zijn zo de dingen waar we rekening mee houden.”

“Wat wij altijd expliciet aan onze buddy’s zeggen is dat ze geen resultaatverbintenis hebben. Het enige wat wij verwachten is dat deelnemer en buddy zich goed voelen bij het contact. Wij eisen ook niets van de deelnemers. We gaan bijvoorbeeld niet zeggen als iemand angstig is en niet buiten komt dat we verwachten dat die toch eens buiten komt. Wat we hier wel merken – al kunnen we dat niet zwart op wit bewijzen – is dat als mensen een bepaalde tijd een buddy hebben, hun zelfvertrouwen toeneemt. Dat zij meer levenskwaliteit ervaren.”

“Kun je daardoor een opname weerhouden? Dat niet. Maar we merken soms wel dat die korter wordt; dat mensen al eens meer tijd kunnen tussenlaten om naar een therapeut te gaan. Daar heeft een buddy zeker een meerwaarde in. Buddy’s zijn geen therapeuten, we merken wel dat de contacten zeker een positief effect hebben voor de deelnemer. Maar het contact met een buddy moet aanvullend blijven op de professionele hulpverlening.”

Buddy_handjes

“We stellen mensen aan elkaar voor op basis van interesses, zodat er iets gemeenschappelijks is”

“In onze visie zijn mensen gelijkwaardig. We zien dat de vrijwilligers leren van deelnemers en de deelnemers leren van vrijwilligers. Dat is een mooie wisselwerking. Op momenten dat het moeilijk gaat met de deelnemer verwachten we wel dat de vrijwilliger sterk genoeg in zijn schoenen staat en ook dan buddy blijft! Dan kan hij niet zomaar afhaken en zijn engagement stoppen. Maar stel dat de deelnemer opgenomen is, en dat een buddy zegt “ik zie het niet zitten om op bezoek te gaan in een psychiatrisch centrum, want ik vind dat te confronterend”, dan gaan we dat ook niet verplichten. Of omgekeerd, als de deelnemer geen bezoek wenst, dan respecteren we dat uiteraard ook. Als het moeilijk gaat in het contact, dan ondersteunen wij uiteraard het duo. Vrijwilligers kunnen altijd beroep op ons doen.”

“Wij werken met duidelijke afspraken die we ook op papier zetten. Dat is een veiligheid voor zowel deelnemer als buddy. Bijvoorbeeld dat de vrijwilliger gebonden is aan het beroepsgeheim. Dat als hij thuiskomt hij geen privézaken mag beginnen vertellen over de deelnemer. Ook de frequentie van het contact wordt bij het begin afgesproken. Om de twee weken bijvoorbeeld. Zodat indien een buddy na verloop van tijd zegt dat hij maar om de maand wil afspreken, de deelnemer kan zeggen ja maar je hebt beloofd dat we om de twee weken zouden afspreken.”

“Om de twee weken is een heel goed ritme om een vertrouwensband op te bouwen. Om de drie weken is te weinig en wekelijks is te kort op elkaar. Dan haken mensen sneller af. Ook bijvoorbeeld rond telefoongebruik maken wij afspraken. Als twee mensen overeenkomen elkaar om de twee weken te zien, gaan ze elkaar tussendoor dan bellen of niet? Als iemand tussendoor ook nog eens wil bellen dan is dat één keer, en geen twee keer of drie keer. Soms schrikken mensen weleens dat wij zoveel afspraken maken en op papier zetten. Maar Ik denk dat die duidelijke afspraken mee maken dat we al zolang bestaan.”

“Ook over de activiteiten die mensen willen doen maken we afspraken. Een buddy is er echt voor de vrijetijdsbesteding. Komt daar eens iets bij, bijvoorbeeld iemand die aan zijn buddy vraagt te helpen verhuizen of om mee te gaan winkelen dan kan dat natuurlijk. Maar op de vraag om bijvoorbeeld een sociale woning te regelen zeggen wij nee. Omdat als dat misloopt dat leidt tot een vertrouwensbreuk. We raden de buddy’s aan zich zo weinig mogelijk in te laten met familie, het financiële, praktische zaken… We vragen aan de buddy’s om zo weinig mogelijk advies te geven, omdat je nooit weet of dat advies wel het juiste is. Ze kunnen wel iemand steunen in de keuzes die hij of zij maakt, maar ze mogen geen hulpverlener spelen.”

Op den duur zul je toch onvermijdelijk vragen krijgen die op hulpverleningsvragen lijken?

“Ze leren die vragen terug te spelen en op hun beurt bijvoorbeeld te vragen “ waarom vraag je dat aan mij?, wat denk je er zelf over?, hoe zou jij dit oplossen?”. Ze weten met welke vragen ze naar ons kunnen doorverwijzen. Dit wordt niet aanzien als een vertrouwensbreuk omdat de afspraken op voorhand duidelijk zijn. Wij vertellen zeer duidelijk wat iemand mag verwachten van een buddy en wat niet. Dat is zeer helder.”

Op jullie site is er sprake van ondersteuning en vorming voor de vrijwilligers? Waaruit bestaat die?

“De meeste vrijwilligers werken niet in de sociale sector en wij vragen ook geen ervaring. De vrijwilligers leren bij al doende en gaandeweg worden zij wel gevormd. Wat wij vaak doen is bemiddelen en vertalen. Ik denk dat daarin het verschil met een gewone vriendschap zit: wij zijn er altijd ter ondersteuning. Als er iets is kan men altijd bij ons terecht. Bijvoorbeeld, mensen spreken bijvoorbeeld af om naar het theater te gaan en je voelt de deelnemer aarzelen. Dan gaan wij aan de vrijwilliger uitleggen dat die persoon dat wel wil doen. Maar reserveer een plaats aan het gangpad zodat als het moeilijk wordt hij gewoon ongemerkt naar buiten kan gaan. Want soms krijgen mensen angst als ze in een volle zaal zitten en geen ontsnappingsweg zien. Zo gaan we de aarzeling vertalen. Of als iemand al lang niets meer gehoord heeft van zijn deelnemer en zich afvraagt of er iets mis is of als het misschien niet goed gaat. Dan gaan wij contact opnemen.”

“Er is ook vorming in groep. We geven verschillende keren per jaar een vorming. Waarover hangt af van de onderwerpen die vrijwilligers aanhalen en wordt steeds gegevens door een deskundige. Dat kan gaan van iemand die een getuigenis komt brengen over bijvoorbeeld een psychose of een opname, of een ziektebeeld dat wordt toegelicht. Maar dat kan evengoed een bezoek zijn aan een museum of een verwante organisatie. Zoals Poco Loco of Mirabello. Mirabello is een revalidatiecentrum voor mensen met psychische problemen aan dok noord. Beide organisaties werken een beetje zoals wij: niet stigmatiserend en expliciet gericht op herstel en op de krachten van mensen.”

“De vrijwilligers komen ook samen op intervisies waar zij elkaar ontmoeten en ervaringen kunnen uitwisselen. Er zijn vrijwilligers die hier al jaren actief zijn. Nieuwelingen kunnen van hen leren. Wij moeten ervoor zorgen dat vrijwilligers het graag blijven doen en dat ze dit volhouden. Wij hebben er niks aan als hier iemand met een burn-out vertrekt. Vrijwilligers zitten altijd op de balans tussen afstand en nabijheid. Als er iets ergs gebeurt met iemand moeten ze daar nuchter kunnen blijven naar kijken. Dat is niet gemakkelijk als je zo betrokken bent. Op de intervisies is dat vaak een onderwerp want als vrijwilliger kom je in een dichte relatie en toch moet je afstand blijven bewaren. Dat is moeilijk. Vandaar dat de intervisies en de individuele ondersteunende contacten met mijn collega en met mij zo belangrijk zijn.”

“We zeggen ook: je gaat misschien wel eens met je hoofd tegen de muur lopen maar dat is niet erg want je mag altijd naar hier komen. We kunnen de werking en visie wel uitleggen maar het is de buddy die het moet doen. Stel dat je met iemand, twee, drie jaar op stap zou gaan en die mevrouw of mijnheer is stabiel, heeft zijn/haar leven terug in handen maar op een bepaald moment wordt deze persoon terug ziek waardoor die enkele maanden in opname moet gaan. Dan moet je nuchter genoeg zijn om dat van je af te kunnen zetten en je gewone leven verder te zetten.”

“Je mag die bezorgdheid hebben, uiteraard. Maar je mag je niet zo laten meeslepen dat je zelf niet meer zou functioneren. Dat is vaak het moment dat wij tussenkomen. We noemen dat afstandelijke betrokkenheid. Het is een zeer mooi engagement maar het is niet altijd evident. Het lukt meestal wel maar soms loopt het mis, daar moeten we realistisch in zijn. Soms stopt het contact onder minder fijne omstandigheden. En dat doet noch voor de vrijwilliger noch voor de deelnemer deugd. Maar ook dan proberen we mooi af te ronden en aan beiden uit te leggen wat er verkeerd gelopen is.”

Er wordt de laatste tijd veel gesproken over de “de vermaatschappelijking van de zorg.” Waarschijnlijk zal de behoefte aan initiatieven zoals Poco Loco; zoals Villa Voortman en ook zoals jullie buddywerking daardoor verhogen?

“Dat is zo….”

Maar sommigen vrezen dat die hele vermaatschappelijking eigenlijk een verkapte besparing is. Dat men wel zal desinvesteren aan de ene kant maar niet zal investeren aan de andere?

“Dat is een heikel punt. Zoals veel vzw’s moeten wij ook zien wat wij met onze centen doen. Elke regionale buddywerking in Vlaanderen en Brussel heeft evenveel gekregen maar wij werken hier inderdaad maar met twee (deeltijdse ) krachten… Wij komen nog altijd rond, maar hebben wij mogelijkheid om te groeien? Momenteel niet. Ik denk dat wij ons uiterste best doen om zoveel mogelijk te doen en kwaliteit te blijven bieden.”

Is de vraag dan groter dan het aanbod?

“Ja, we hebben een wachtlijst. Waar wij het meeste willen in investeren is in het rekruteren van vrijwilligers. Vrijwilligers komen niet aan de deur bellen om te zeggen dat ze zich willen inzetten. Het is echt een zoektocht om het juiste type vrijwilliger te vinden. En we merken dat we dat nooit kunnen lossen. We moeten voortdurend manieren zoeken om mensen proberen warm te maken om zich hier in te zetten.”

Hoelang is die wachtlijst ongeveer, om een idee te hebben?

“Wij zetten daar geen termijn op. Omdat wij zo persoonsgericht werken kan het zijn dat wanneer er zich een deelnemer aanmeldt, wij die vrij snel kunnen voorstellen aan een buddy omdat die twee toevallig goed samen passen. Maar als de vrijwilliger die past bij de deelnemer zich niet aanbiedt dan kan dat langer duren. Het hangt nooit van de deelnemers af, maar eerder van de vrijwilligers die zich aanmelden. Dat kan gaan van een maand; twee maand tot een jaar. We kunnen altijd uitleggen hoe het komt. Bv je hebt een man gevraagd die graag schaakt, maar we hebben geen vrijwilligers die het zien zitten om te schaken. Daar hangt het dus vanaf.”

Dus het tekort zit aan de kant van de vrijwilligers?

“Ja. Het blijft zoeken naar de juiste kanalen om vrijwilligers te vinden. We hebben ook al advertenties geplaatst maar dat is duur en levert niet zoveel op. De meeste vrijwilligers komen hier via via terecht.”

Er is overal veel vraag naar vrijwilligers. En politici denken soms dat vrijwilligers goedkoper zijn. Maar uit onderzoek blijkt dat hoe meer professionelen er in een organisatie werken, hoe meer vrijwilligers ze kunnen engageren. En omgekeerd. Want vrijwilligers moeten ondersteund worden.

“Dat is zo. Je moet je vrijwilligers in de watten leggen. Vorig jaar hadden we 88 vrijwilligers die we met z’n tweeën ondersteunen. We hebben ongeveer 200 deelnemers per jaar. Dat gaat dan over haast 100 duo’s, maar naast de gewone contacten hebben wij ook mailbuddy’s en telefoonbuddy’s. Dat zijn vrijwilligers die regelmatig met iemand mailen of telefoneren. Dat is veel ja. Wij voelen de druk ook. Meer en meer is er vraag naar korte contacten, ook vanuit andere hulpverlening. Naar mensen toeleiden naar bepaalde activiteiten of diensten.”

“De hulpverlening krijgt het ook allemaal niet meer rond. Mensen zijn bijvoorbeeld in opname geweest, komen terug thuis en vragen dan om ambulant de hulp te krijgen, om een netwerk uit te bouwen, om opnieuw de draad op te pikken. Dit aanbod is onvoldoende uitgebouwd vinden wij. Zo wordt de druk bij organisaties als de onze groter; absoluut. Dat zie je over heel Vlaanderen. Ook de collega’s van andere buddywerkingen hebben een punt bereikt waar ze niet voorbij kunnen. We willen graag uitbreiden maar dat kan moeilijk omdat de middelen er niet zijn.”

Handje wordcloud

“Maar vrijwilligers kunnen geen professionelen vervangen”

“Maar vrijwilligers kunnen geen professionelen vervangen in onze organisatie, dat gaat niet. Het is net dat vrijwillig engagement dat het zo waardevol maakt. Iemand die betaald is, kan nooit het effect hebben van een vrijwillige buddy. Iemand die betaald wordt om met iemand op stap te gaan, dat blijft een verplichting. En hoewel die dat misschien niet zo zou ervaren, voor de deelnemer blijft het een betaalde professionele kracht. Een vrijwilliger doet dat gratis, voor niks, uit overtuiging. Anderzijds hebben wij de professionelen ook nodig. Het is zeer aanvullend.”

“Gelukkig is er de samenwerking tussen vzw Metawonen, Buddywerking Gent en CGG Eclips. De loonkost en de ondersteuning gebeuren vanuit CGG Eclips. Daarnaast hebben we alles wat de vrijwilligers aanbelangt, de werkingskosten etc. De vzw heeft veel te weinig subsidies om de hele werking te kunnen dragen. Dus het is dankzij CGG Eclips dat wij zo groot zijn kunnen worden. Er komt veel idealisme bij kijken en geloof in mensen en in mogelijkheden.”

Worden deelnemers doorverwezen? Of hoe komen zij hier terecht?

“Veel mensen reageren op de folder of via de website. De meeste deelnemers komen hier uit eigen initiatief. Ze hebben van ons gehoord via een therapeut of hun huisarts maar ze zetten zelf de stap om naar hier te komen. Wat bijzonder is want uiteindelijk is dat toegeven dat ze sociaal geïsoleerd zijn en iemand zoeken om daar uit te raken.”

Gebeurt het dat deelnemers vrijwilliger worden?

“Dat kan, We hebben soms deelnemers die vragen om buddy te zijn. Meestal leggen we dan het verschil uit. Op zich is dat OK maar het hangt er ook vanaf hoe kwetsbaar ze zelf nog zijn. Stel dat je voorgesteld wordt aan iemand dit het moeilijk heeft, hoe erg ga je je dat aantrekken? Gaat het je eigen rugzak niet verzwaren? Een buddy biedt de luxe van een keer niet te moeten geven. Dat is ook eens een andere positie voor iemand. Maar er zijn ook buddy’s die ervaringsdeskundige zijn maar die stabiel genoeg zijn om dit engagement aan te gaan.”

Hanteren jullie criteria voor het al dan niet aannemen van deelnemers?

“We gaan altijd kijken hoe iemand in sociaal contact is, dat is voor ons het voornaamste. We gaan nooit uitsluiten op basis van een diagnose. Wel kijken we of iemand stabiel genoeg is om het contact aan te gaan. Bij mensen met een forensische problematiek moeten we ook zeer goed nakijken of dat dat mogelijk is of niet, daar zijn we echt strenger op. Mensen met een mentale beperking kan, indien er genoeg sociale interactie kan zijn met een buddy. We bekijken het zeer individueel. En mensen moeten een zelfstandig leven hebben, maar dat kan ook in beschut wonen zijn. Mensen die nog in opname zijn gaan wij niet aanvaarden omdat deze mensen nog niet stabiel genoeg zijn om zo’n engagement aan te gaan. We hebben ook deelnemers die nog nooit in opname geweest zijn.”

“Wij zijn ook niet gefixeerd op een diagnose, wij spreken over mensen met een psychiatrische problematiek. Natuurlijk willen we weten hoe een persoon zich gaat gedragen binnen het contact en daarbij kan een diagnose een aanwijzing zijn. Maar veel interessanter is wie die persoon is: wat doe je graag; wie ben je als persoon? Vaak zijn de interesses bij mensen uitgesteld, en als ze naar hier komen en we vragen wat hun interesses zijn zien we dat ze dat eigenlijk niet meer goed weten. Dan vragen we wat waren je interesses vroeger? Dan zeggen ze bv ik fotografeerde graag, ik schilderde graag of ik ging naar de tekenles. Dan suggereren we dat ze die zaken misschien terug kunnen opnemen. We spreken mensen altijd aan op hun kracht; hun talent. Op wat hen bezielt.”

Een beetje zoals bij Poco Loco… maar daar is het in groep en hier is het individueel?

“Vaak zijn de mensen die naar komen ook mensen die zich niet goed voelen in groep. Dat is ook de reden dat zij naar hier komen, voor dat één op één contact. Sommigen zijn ook lid van een lotgenotengroep en hebben daarnaast ook een buddy maar anderen kiezen echt voor het één op een contact. Meestal hebben deelnemers er goed over nagedacht vooraleer ze de stap naar hier zetten. Want het is een engagement van de vrijwilligers maar evengoed ook van hen. Ook zij moeten in staat zijn om om de twee weken die afspraak na te komen. Mijn collega en ikzelf doen ons hoedje af voor beiden, zowel voor vrijwilligers als voor deelnemers. Het is straf als mensen naar hier komen en zeggen “ik zoek een buddy”. Mooie job hé; mensen samenbrengen?”

Door Koen De Stoop en Sabine Dick

Deel dit artikel

Over de auteur

Koen is hoofdredacteur bij DZJOEF

XSLT Plugin by BMI Calculator