meeschrijven met dzjoef

De Meester versus de halve windmolen van het groene energiebeleid

0

PVDA-kopstuk en energiespecialist Tom De Meester nam het tijdens de gemeenteraadsverkiezingen op voor de opstart van een Gents energiebedrijf. Want als de stad haar eigen energie zou produceren, dan zou ze heel wat klimaat- en energiekwestie kunnen aanpakken. Dat energiebedrijf leek er aanvankelijk ook te komen – de Groenen stonden er wel open voor – maar een halve bestuursperiode en een klimaatplan later vindt De Meester er geen spoor meer van.

We ontmoeten Tom De Meester kort na het vernieuwingscongres van zijn partij. De leden van de Partij Van De Arbeid hebben er onder meer een nieuw partijlogo aangenomen, een ster met een groene pijl naar links. “Het is meer dan symboliek dat de pijl in ons logo groen is geworden”, schreef partijkrant Solidair daarover. Want “afgeschreven kerncentrales langer openhouden (zoals de regering-Michel vooropstelt, nvdr.) in plaats van te investeren in ecologische innovatie en groene energieproductie, dat is geen goed klimaatbeleid”. Ook het Gentse klimaatbeleid mogen we, wat De Meester betreft, onder de loep nemen.

Energiespecialist

Huisbezoeken en petities zijn al decennialang dé instrumenten van de Partij Van De Arbeid (PVDA) om een campagne uit de grond te stampen. Zo ook tijdens de federale verkiezingen van 2007, toen Tom De Meester als Oost-Vlaamse lijsttrekker in Gent van deur tot deur ging. “Omdat we werden aangesproken over dure energieprijzen”, zo vertelt De Meester, “vond de PVDA het belangrijk een campagne op te zetten om de BTW op energie te verlagen van 21 naar 6 procent”. Het was een eerste grote stap in zijn ontwikkeling tot de “energiespecialist van de PVDA”.

De campagne bleef uiteindelijk 6 jaar lopen – tot de regering-Di Rupo vorig jaar besloot de BTW op elektriciteit te verlagen naar 6 procent – en de petitie klopte af op 225.000 handtekeningen. Een campagne die nog steeds actueel is, vindt De Meester, want de regering-Michel is momenteel van zins om de BTW op energie weer weer te verhogen. Vandaag zou De Meester dergelijke politieke ingrepen snel van repliek dienen, maar als historicus had De Meester aanvankelijk weinig ziens met de energieproblematiek.

“Door mij in het BTW-dossier vast te bijten”, vervolgt De Meester, “ben ik mij gaan verdiepen in de bredere energieproblematiek zoals oplichtingspraktijken, de dominantie van Electrabel of dure energiebevoorrading”. Van de BTW-campagne ging alle aandacht inderdaad al snel naar de prijzenpolitiek van Electrabel en de intercommunales. Een thema dat de PVDA mee op de nationale kaart hebben gezet. Sinds drie jaar benadrukt De Meester ook de nood aan een lokaal energiebeleid: het pleidooi voor een nieuw stedelijk energiebedrijf was geboren.

Dat energiebedrijf is noodzakelijkerwijs geen privaat maar een publiek bedrijf. De Meester legt uit waarom: “Oorspronkelijk hadden we enkel een BTW-campagne, maar via dure energieprijzen kom je al snel bij de liberaliseringspolitiek terecht en wat daar allemaal is misgelopen. In de jaren tachtig heeft de Europese Commissie samen met de grootindustrie beslist om de energiemarkt open te gooien voor privébedrijven. Nu stuit je op fundamentele contradicties die uit die beslissing voortspruiten, zoals die tussen energie als basisbehoefte en energie als consumptiegoed waar winst op moet worden gemaakt.”

“Toen de vrije markt voor energie in België werd uitgerold, heeft dat ook een deel van de linkerzijde besmet”, zegt De Meester. “Denk aan de onlangs overleden Steve Stevaert (sp.a, toen minister van energie in de Vlaamse regering nvdr.), die laaiend enthousiast was op basis van een ideologische illusie dat de vrije markt goed zou zijn voor iedereen. Groen nam toen deel aan de federale regering (Verhofstadt I, nvdr.): de groenen en liberalen vonden elkaar in het maatschappelijk project om het nucleaire monopolie van Electrabel te breken door middel van de vrije markt.”

“Het heeft niet lang geduurd vooraleer we konden zien dat deze liberalisering een illusie geschapen had”, besluit hij. “Electrabel had zich juist versterkt doordat het op de Europese markt (onder GDF Suez, nvdr.) een internationale speler werd.” Uit recente studies blijkt dat Electrabel niettemin marktaandeel heeft verloren – niet dat dit voor De Meester fundamenteel iets verandert. “Ze hebben dat aandeel vooral verloren aan andere grote spelers. In plaats van een monopolie van één bedrijf, hebben we nu een monopolie van vier bedrijven.”

Een stedelijk energiebedrijf moet eveneens groen en duurzaam produceren. “Het energieprobleem is steeds meer een probleem van groene energie en ecologische duurzaamheid.” Overigens was het belang van een duurzaam energiesysteem voor de toekomst hem aanvankelijk wel niet zo duidelijk, geeft hij toe, maar ondertussen is De Meester overtuigd van de troeven van lokale productie. “Als je spreekt over duurzame energie, dan spreek je over decentrale energieproductie en -bevoorrading. De stad is bij uitstek geschikt om daar een rol in te spelen.”

Tom De Meester moest zich in de loop van enkele jaren de complexiteit van het energiethema eigen maken. Hoe komt het dan dat hij vrij snel in de pers als energiespecialist werd opgevoerd? “Misschien heb ik mij soms wat opgedrongen (lacht). Maar het was vroeger echt niet zo simpel om in de media te verschijnen. Zeker niet toen de PVDA nog een echt kleine partij was zonder verkozenen. Al hebben we nog altijd maar een kleine fractie, we worden nu wel veel serieuzer genomen door de media.”

“Maar mijn eerste opiniestukken waren voorzichtige bijdragen aan de polemiek rond de BTW”, herinnert De Meester zich. “Mijn eerste stuk ging over Electrabel. Op een persconferentie in Parijs had Gérard Mestrallet (CEO van het Franse moederbedrijf GDF Suez, nvdr.) ooit uitgepakt met het feit dat hij in België haast geen belastingen hoefde te betalen. Dat was een bommetje, echt nieuws – zo rolde ik erin.”

Als kleine, linkse organisatie had de PVDA lange tijd nood aan breuken in de opgeblonken façade van de neoliberale samenleving om toch gestaag vooruitgang te kunnen boeken. Schandalen vormen een voorbeeld van zulke breuken, en de energiesector is een sector bij uitstek waar de laatste jaren controversiële business praktijken naar boven zijn gekomen. “Ik hoef maar het voorbeeld te geven van de zonnepanelen”, zegt De Meester. “De ontsporing van de zonnepanelensubsidies is in essentie terug te voeren tot het misbruik ervan door grote multinationals als die van Fernand Huts (Katoennatie, nvdr.).”

“De subsidies waren bedoeld voor particulieren om goedkoper zonnepanelen te installeren”, legt De Meester uit, “maar al heel snel waren er grote bedrijven die er misbruik van maakten door met dit gemeenschapsgeld heuse zonneplantages aan te leggen. De kritiek op dat systeem is mij niet in dank afgenomen door Freya Vandenbossche (SP.A) toen zij nog Vlaams energieminister was (in de regering-Peeters II, nvdr.). In alle bescheidenheid kan ik zeggen dat ik in de loop der jaren toch wel een aantal stinkende potjes heb opengehouden.”

De cactusplant was het symbool van het cactusplan van de PVDA dat "nationale en lokale energiebedrijven onder democratische controle" voorstond.

De cactus staat voor het cactusplan van de PVDA dat “nationale en lokale energiebedrijven onder democratische controle” eist.

Kruideniersmentaliteit

Stinkende potjes openen, volstaat volgens De Meester helemaal niet om een beleidswijziging te verwezenlijken. Het draait om constructieve voorstellen, vindt hij. Hij haalt het meest recente boek van de PVDA, “De miljonairstaks en zeven andere ideeën om de samenleving te veranderen”, als voorbeeld aan. Maar ook voor Gent wil De Meester positieve verandering brengen. “Met alle respect, maar het Gentse stadsbestuur zit toch helemaal vast in een klassieke bestuurslogica? Ik merk veel window dressing en veel mooie woorden, maar te weinig daadkracht, visie en lef. Het wordt als snel een kruideniersmentaliteit dat zegt: “we beheren de kassa zo zorgvuldig mogelijk”. Zo bouw je toch niet aan een betere samenleving?”

Wat is dan het probleem? “In de eerste plaats is het een probleem van ideologische keuzes”, zegt hij stellig. “Het bestuur heeft meer mogelijkheden dan het laat uitschijnen.” Gevraagd naar die mogelijkheden verwijst De Meester steevast naar het energiebeleid in een aantal Duitse steden. Hoe heeft men er de “Energiewende” volgens hem gerealiseerd? “Daar blijken stadscoöperaties en stadsbedrijven een doorslaggevende rol te hebben gespeeld in de omschakeling naar duurzame energie: 92 procent van alle groene energie wordt er ‘van onderuit’ gerealiseerd en is dus niet in handen van multinationals.”

De daadkracht en dadendrang die De Meester bij die Duitse stadsbedrijven ziet, “het visionaire lef om verder te kijken dan de waan van de dag” zoals hij het omschrijft, heeft hem enorm gefascineerd. Ontgoochelend dat een stad als Gent geen gelijksoortig toekomsttraject uitstippelt. “München heeft samen met de bevolking een strategisch plan opgesteld om te investeren in duurzame energie uit windmolens of geothermische centrales. Het gaat over echte topresearch met innovatieve state-of-the-art-installaties. In vergelijking met die Duitse voorbeelden hinkt Gent enorm achterop.”

Volgens hem kiest Gent te veel voor “beleidskeuzes die binnen het kader van het onmiddellijk realiseerbare blijven”. De Meester: “Wil je CO2-uitstoot aanpakken, dan is energieproductie even cruciaal – zo niet crucialer – dan consumptie. Dat hebben die Duitse steden begrepen, maar het Gents stadsbestuur niet: de stad zelf heeft volgens hen geen rol in de productie te spelen dus laten ze het maar aan de vrije markt over. Dat het bestuur de stad en haar bevolking niet zelf energie wil laten produceren, noem ik een ideologische keuze.”

Maar hoe staan Gentenaars zelf tegenover het idee om als stad energie te produceren? “Daar is een vrij groot debat over geweest vlak voor de verkiezingen”, argumenteert De Meester. “Op de VRT-verkiezingssite, waar alle burgers voorstellen konden insturen om te bediscussiëren, kreeg het stedelijk energiebedrijf heel veel positieve stemmen. Alle politieke partijen moesten daarom op dit voorstel reageren, en SP.A en Groen zeiden er positief tegenover te staan.”

Hoe positief? Hij meent zich een uitspraak van huidig Schepen van Milieu en Energie Tine Heyse (Groen) te herinneren. “Wij gaan onze eigen stroom produceren en Gent zal een energiebedrijf opzetten”, zou ze moeten hebben beweerd. Uit persknipsels blijkt inderdaad dat schepen het over een eigen energiebedrijf had. De Meester: “Tot dan toe leek het energiebedrijf echt kans te maken, maar als ik nu het beleid van Heyse analyseer, dan zie ik dat het energiebedrijf is verdwenen.”

Hoe kan dat? Heeft de schepen haar woord gebroken? De pers mag dan wel in 2012 hebben aangehaald dat het bestuur een energiebedrijf voorstaat, in het bestuursakkoord wordt daar met geen woord over gerept. Wat Heyse toen onder een bedrijf verstond, is een amalgaam van hyperlokale initiatieven. Iets anders dus dan de PVDA beoogt. “Het is niet zo dat we terugwillen naar de tijd van de stedelijke energiebedrijven”, zei ze aan de kranten. “Het is wel zo dat we op zijn minst willen dat Gentenaars kunnen participeren in energieproductie, hoe ruim of hoe breed dat wordt, moet onderzocht worden.”

Ook aan het klimaatplan van de stad schort iets, vindt De Meester. “Voor investeringen in windenergie is er welgeteld 600.000 euro voorzien”, zegt hij wat geagiteerd en hij haalt z’n schouders op. “Dat is een halve windmolen! Met een halve windmolen zal het niet lukken om de klimaatneutrale stad van de toekomst te worden. In de stad Stuttgart in Duitsland heeft de bevolking via een referendum afgedwongen dat een energiebedrijf wordt opgericht. Die stad telt ongeveer 20 windmolens. Gent heeft plaats voor 65 windmolens volgens het windplan van de provincie.”

Komt de PVDA in de gemeenteraad?

Volgens De Meester zijn er drie zaken belangrijk voor het welslagen van een alternatief energiebeleid: investeren in transport, in energiezuinigheid en in energieproductie. “Op geen van die drie cruciale assen zouden we toekomen met een dergelijk budget”, vervolgt hij. De financiering van een eigen energieprobleem zou nochtans geen probleem mogen zijn. “Ook private energiebedrijven met klein startkapitaal kunnen draaien. Energieproductie verdient zichzelf namelijk terug.”

Enerzijds verwijt De Meester het bestuur dus louter het onmiddellijk realiseerbare na te streven, anderzijds is diens schoolvoorbeeld al in Duitsland gerealiseerd. Een contradictie? Niet helemaal vindt De Meester. Cruciaal is de vraag hoe het energiebeleid gerealiseerd zal worden. “Het zal van onderuit moeten komen”, besluit De Meester. “En er beweegt gelukkig veel in Gent.” Wat die beweging er nog van weerhoudt om successen te boeken, is volgens De Meester een partij die haar in beleidsvoorstellen vertaalt.

Voor Tom De Meester heeft de PVDA ongetwijfeld een rol te spelen, maar heeft zijn partij dan niet een pak hordes te overwinnen om het energiebeleid te sturen? “De meerderheid halen, is inderdaad niet voor morgen”, geeft De Meester toe, “maar het is alvast wel een groot gemis voor het politieke debat dat we niet in de gemeenteraad zitten. Eén, twee of drie oppositieleden is al genoeg. Het Gents energiebedrijf zou dankzij stevig oppositiewerk weer in de bestuursplannen kunnen opgenomen worden.”

In Antwerpen heeft de PVDA al gemeenteraadsleden, en in sommige gemeenten heeft ze dat zelfs al jaren, maar in Gent botst de partij tegen de kiesdrempel. Wat houdt hem tegen om in de gemeenteraad te zetelen? “Weet wel dat het in Gent niet veel heeft gescheeld”, repliceert De Meester. “Kijk je naar de uitslagen van de parlementsverkiezingen van 2014 in Gent, dan zie je dat we hypothetisch 1 of 2 gemeenteraadsleden kunnen hebben.” (Hij denkt even diep na:) “In 2012 hebben we de zetel inderdaad gemist, maar dat was door de schrik voor de N-VA. De opmars van die partij bleek uiteindelijk mee te vallen, maar veel Gentenaars wilden oprecht geen N-VA-overwinning en hebben daarom tactisch voor het linkse kartel gestemd. Ze geloofden in hun project van een sociaal-ecologische stad van de toekomst. Ook velen die een stadsenergiebedrijf wilden, dachten dat ze maar beter op het kartel konden stemmen.”

Wat zal 2018 brengen? Sinds de verkiezingen van 2012 is er voor de PVDA alvast heel wat veranderd. Het recente partijcongres bevestigde dat de PVDA heel wat is gegroeid, en er was het voorbije jaar een niet onopgemerkte aanwezigheid in de Brusselse, Waalse en federale parlementen. In Gent ziet De Meester zijn partij eveneens groeien en veranderen. Zijn handen jeuken om zelf als verkozene aan de slag te kunnen gaan – misschien wel in de Gentse gemeenteraad, zo zegt hij. “2018 is veraf, maar ik merk dat al heel wat mensen ontgoocheld zijn in het bestuur.”

Deel dit artikel

Over de auteur

Thomas is hoofd- en eindredacteur bij DZJOEF

XSLT Plugin by BMI Calculator