meeschrijven met dzjoef

De Zuid-Afrikaanse stad als vrouwengevangenis

2

“Baby , I love you so much”. Lieve woorden kunnen een vrouw vreselijk in de oren klinken. Zeker in Zuid-Afrika waar vrouwen dag in dag uit met een wel erg brutaal seksisme worden geconfronteerd. Een belangrijke factor daarin is de stad: een mannenbastion, een gevangenis waar vrouwen dag en nacht in het oog gehouden worden.

Een vrouw wandelt rustig de hoek van een drukke straat om als een jonge man, zittend op zijn plastic stoeltje, haar plots bij de arm grijpt. Hij stamelt enkele woordjes. “Baby, I love you so much.” Zelden klinken zulke woorden zo vreselijk. De jonge vrouw wandelt verder, maar haar belager blijft haar arm zachtjes vastgrijpen en gaat mee. Dan laat hij haar los, maar dat pas na veel aandringen. Het is middag in Marshalltown, een van de vele drukke levensaders van Johannesburg – de hoofdstad van Zuid-Afrika. Dit gebeurt er wel elke dag.

Het kan ook een stuk erger. Langs de vele kruispunten die Johannesburg rijk is, liggen geregeld kranten die straatverkopers voor weinig geld aanbieden. Ze zijn door middel van een gewone steen op hun plaats gehouden. Leg er het bijbehorende bedrag en je kan ze zo meenemen. En het is opvallend hoe, elke dag opnieuw, de pers over verkrachting, familiedrama’s en andere vormen van geweld tegen vrouwen schrijft. De vele boulevardbladen die het land rijk is – zij worden vooral door de zwarte bevolking gelezen – drukken in zware, zwarte inkt hun ontsteltenis uit over de vele spectaculaire verkrachtingen die zich in het land voordoen.

Een greep uit het nieuws. De inwoners van een dorp vinden op een dag het levenloze lichaam van een vijfjarig meisje dat aan een boom hangt. Ze is verkracht en het lichaam is brutaal verminkt. In een stadje vindt de politie een haast onherkenbaar verminkt lichaam terug van een vrouw die is verkracht. De dader heeft haar gezicht met een steen bewerkt om de opsporing te bemoeilijken. Verkrachting uit zich niet enkel in het nieuws. Jaarlijks doen zich bijna een half miljoen gevallen van verkrachting voor en naar schatting zal veertig procent van de Zuid-Afrikaanse vrouwen met verkrachting te maken krijgen. Daarmee is Zuid-Afrika de “rape capital of the world”.

Een belangrijk deel van het seksueel geweld doet zich in de grote steden voor. Ongeveer tweederde van de Zuid-Afrikaanse bevolking leeft in een stedelijke omgeving. Dat kan tellen in een land van bijna 53 miljoen inwoners dat maar vier steden kent die meer dan een half miljoen inwoners tellen. Veel Zuid-Afrikanen, vooral zwartafrikanen, wonen dan ook in zogenaamde townships rond de grote steden. Johannesburg bijvoorbeeld telt nog geen miljoen inwoners, maar er wonen er meer dan vier miljoen in het metropoolgebied rond de stad. Eén zo’n township dat zich als een inktvlek naast Johannesburg heeft genesteld is Soweto waar 1,2 miljoen mensen wonen.

DE STAD IS MANNELIJK

Dergelijke stedelijke omgevingen broeien en barsten van het leven, maar de verhoudingen tussen mannen en vrouwen zijn er compleet zoek. In oktober 2012, naar aanleiding van de controversiële reportage van Sofie Peeters over seksuele intimidatie op straat, schreef de Franse freelancejournaliste Fanny Arlandis een artikel over de relatie tussen de vrouw en de inrichting van de stedelijke publieke ruimte – de straat zeg maar.

In stedelijke omgevingen, schrijft ze, blijft het onevenwicht tussen de beide geslachten diep. Mannen domineren het straatbeeld. Straatjongens bestaan, bijvoorbeeld, maar straatmeisjes niet. Nochtans wijzen studies erop dat vrouwen zich meer verplaatsen dan mannen. Zij doen dat ook meer te voet doordat mannen hun verplaatsing vaker met de auto doen. Waar komt dan het onevenwicht vandaan? Arlandis citeert de geograaf Yves Raibaud die uitlegt dat “vrouwen (vaak) niet meer doen dan de stedelijke (openbare) ruimte passeren, ze staan er niet in stil.”

Patricia Perennes, een feministe die door Arlandis aan het woord wordt gelaten, omschrijft het zo: “Men moet vaststellen dat vrouwen zich minder ophouden op straat zonder dat ze er iets heel specifieks te doen hebben en dat ze zich snel van de ene plaats naar de andere verplaatsen.” Vrouwen verplaatsen zich dus geregeld, en dat juist om moeilijkheden te vermijden. Een vrouw die alleen loopt wordt drie maal meer aangesproken op straat dan een man. Soms zijn dergelijke ontmoetingen vriendelijk bedoeld, maar ze kunnen ook onaangenaam worden en een gevoel van onzekerheid opwekken.

Of neem het openbaar vervoer. Ook vrouwen nemen ’s nachts de metro, schrijft Arlandis, maar voor elke twee vrouwen zijn er op dat moment wel acht mannen aanwezig. Ouders zijn ’s nachts bevreesd voor de metro als ze hun dochter uit laten gaan. De meisjes zelf, zowel jongeren als volwassenen, passen dan weer truken toe om het gevaar te verminderen. Denk maar aan een broek dragen, sobere make-up, zich in groep verplaatsen, andere vrouwen benaderen die alleen lopen, of een muziekspeler in de oren hebben en elke blik vermijden.

Deze maatregelen, vindt de journaliste, houden echter een beperking van de eigen vrijheid in. De socioloog-doctorandus Clément Rivière wijst erop dat “de meisjes geconfronteerd worden met een spanning tussen enerzijds de aandacht die gevestigd wordt op het uitgaan, iets wat geassocieerd wordt met een seksueel getinte klederdracht, en de striktere controle van veel ouders”. Deze normen, deze spanningen, zijn perfect geïntegreerd en dus volkomen onzichtbaar in onze samenleving.

Arlandis besluit dat Franse stedelijke besturen zo goed als niks doen om de kloof tussen jongens en meisjes, mannen en vrouwen, te dichten. In tegendeel, schrijft ze, 85 procent van het budget dat besturen opzijleggen voor programma’s in prioritaire zones gaat naar mannen. Ze steekt de draak met de veelgehoorde uitdrukking dat zoiets gebeurt “om gewelddaden te kanaliseren”. Ze haalt een inzichtrijke vergelijking aan van Raibaud. Openbare besturen investeren heel veel in voetbalstadions. Denk maar aan het nieuwe stadion in Gent of het debat over het nieuw stadion in Brugge. Stadions zijn lange tijd bijna exclusief voor mannen ingericht. We zijn dat normaal gaan vinden. Maar kun je je ook een publieke ruimte inbeelden voor 43.000 vrouwen? Dat is haast een absurditeit!

De meerderheid van de planmakers en bestuurders in de steden zijn mannen, merkt Arlandis in haar besluit op. Lange tijd waren elementaire zaken zoals de voorziening van crêches in de buurt van plaatsen waar veel vrouwen werken een rariteit net zoals de voorziening van gratis toegankelijke openbare toiletten. Zo spelen ook economische of “ecologische” overwegingen van openbare besturen in het nadeel van vrouwen. Wat moeten we denken van bijvoorbeeld de beslissing om de verlichting uit te doen tussen mindernacht en vijf uur ’s morgens?

Het dogma is zodanig stevig verankerd in ons dagelijks leven dat je dit maar moelijk in vraag kan stellen: de man staat centraal in de stad. Dat heet met een moeilijk begrip het “androcentrisch” karakter van stedelijke ruimten. Het zit zo diep en het valt ons zo weinig op doordat het niet aan te wijzen valt wie of wat nu vrouwen van straat houdt. Het zijn de vrouwen zelf die zichzelf afsluiten in hun zoektocht naar maatregelen om zich te behoeden van overlast, nare ervaringen en geweld. Wat onder zowel mannen als vrouwen het gevoel creëert dat vrouwen zelf drempels opwerpen voor hun emancipatie.

ABORTUS OP AANVRAAG

Dat laat zich ook in Zuid-Afrika zien. Overdag wemelt het namelijk van de mensen en er zijn ook veel vrouwen op straat. Vooral in de ochtend om de kinderen naar school te brengen, om winkelkraampjes te bemannen of inkopen te doen. Wil je veel vrouwen zien, ga naar de supermarkten of de woonbuurten waar zij hun stoep vegen. Het gaat vooral om oudere vrouwen, om moeders met huishoudelijke taken. Jonge vrouwen daarentegen blijven vaker binnen. De kans dat een vrouw wordt aangesproken is groot, zeker als zij alleen is. Nastaren, fluiten, de arm vastgrijpen. Het kan je als vrouw allemaal overkomen. Maar het is vooral ’s avonds, vanaf het moment dat de Afrikaanse zon in snel tempo ondergaat, dat de mannen de straten bevolken. Op terrassen, op straathoeken, aan parken, … bijna geen vrouwen. Als je vrouwen wil vinden, ga dan naar de toog van de eerste drink- of eetgelegenheid. Onder het personeel zal je er wel vinden.

Zuid-Afrika is geobsedeerd door seksualiteit. En geen gevoelig thema is voor vrouwen zo confronterend als abortus. Sinds 1997 kent het land een relatief progressieve abortuswet, maar de slechte uitvoering van die wet maakt de baan vrij voor een wildgroei aan onveilige tot zelfs ronduit valse abortuspraktijken. De straten in de grote steden hangen vol – en in centrum Johannesburg is het echt vol – met advertenties voor abortus. “100% pijnloos”, “door een vrouwelijke dokter die je zal begrijpen”, “gratis reiniging van de baarmoeder”, “binnen één dag”. Het zijn dezelfde truken die we op de beltelevisie zien bij de voorstelling van de “nieuwste”, “meest geavanceerde” groentesnijder.

De focus op abortus is niet vreemd aan het land. Het bijgeloof tiert er welig en betrek je dat bij abortus en seksualiteit, dan is het resultaat een gevaarlijke cocktail van hardnekkige vooroordelen en ongepast gedrag. Dezelfde advertenties over abortus die de straten vullen, verschijnen ook in kranten. Daar bieden valse dokters en onbestaande bedrijfjes de meest waanzinnige oplossingen aan voor die seksuele thema’s die bij Zuid-Afrikanen blijkbaar erg gevoelig liggen. Je hoeft er maar de zoekertjes te raadplegen om aankondigingen van abortussen, anticonceptiemiddelen, penisverlengingen, borstvergrotingen, zalfjes tegen HIV of oplossingen voor relatieproblemen terug te vinden.

Zuid-Afrika is een land waar vrouwen moeten opboksen tegen hardnekkige vooroordelen. Maar dat niet alleen. Slechte arbeids- en loonvoorwaarden in combinatie met de alomtegenwoordigheid van armoede, dragen bij tot economische afhankelijkheid van veel vrouwen en meisjes aan mannen. Onderwerping en seksisme confronteren continu veel Zuid-Afrikaanse vrouwen. Een belangrijke factor daarin is de rol van overheden. Zijn staan oogluikend toe dat armoede zich opeenhoopt in drukbevolkte buitenwijken waar weinigen zich nog na zonsondergang aan een wandeling wagen. En vrouwen al bijna helemaal niet of ze riskeren diefstal, verkrachting of de dood. De stedelijke omgeving is een brutale vrouwengevangenis.

Thomas Keirse

  • Bronnen: La rue, fief des mâles (http://goo.gl/fmJ8Xr)
  • Beeld: Jake Naughton. South Africa, 2012. (http://pulitzercenter.org/blog/south-africa-abortion-crisis)
Deel dit artikel

Over de auteur

Thomas is hoofd- en eindredacteur bij DZJOEF

XSLT Plugin by BMI Calculator