meeschrijven met dzjoef

“We denken gauw over gender dat we alles al verwezenlijkt hebben”

0

Ze had altijd de boot afgehouden, maar in 2014 heeft professor De Sutter toch ja gezegd. “Want als je echt iets wil veranderen dan moet je aan politiek doen”, zegt ze. De fertiliteitsexpert van het Universitair Ziekenhuis in Gent wendt haar expertise voortaan ook als gecoöpteerd senator voor Groen aan in het politieke halfrond. Ten voordele van mensen-, LGBT- en reproductieve rechten, benadrukt De Sutter. Hoe heeft zij een jaar van media-aandacht, genderdebat en politieke strijd ervaren?

In de luwte van de politiek

Waarom bent u toch in de politiek gegaan?

“Ik heb jarenlang de vraag gehad van verschillende partijen, ook van Groen, om in de politiek te gaan. Ik had altijd neen gezegd. Bij Groen ben ik wel al langer lokaal actief, en ik dacht toen nog dat ik meer kon doen achter de schermen dan voor de schermen. Ik wist namelijk niet of het mij ging liggen om op de barricades te staan en het gezicht te worden van een politieke partij. Om deze reden heb ik de boot steeds afgehouden. Tot vorig jaar: toen werd mij gevraagd om op de Europese lijst te staan.”

“Ik had toegezegd omdat ik me had gerealiseerd dat adviezen die achter de schermen worden geschreven niet altijd worden gevolgd. Adviezen van de Hoge Gezondheidsraad, bijvoorbeeld, worden soms naast zich neergelegd. Het werd mij toen duidelijk dat het kabinet de beslissingsmacht heeft en aan de touwtjes trekt. Als je echt iets wil veranderen, dan is het nodig dat je dit doet op politiek niveau.”

Was er een concreet debat aan de gang waarvan u dacht: ik moet in de politiek gaan om daar iets aan te veranderen?

“Neen, geen bepaald voorval heeft mij de aanzet gegeven om in de politiek te gaan. Ik heb allang een beeld van hoe ik denk dat de wereld zou moeten zijn en welke richting het zou moeten uitgaan. Ze gaat volgens mij niet de goede richting uit; of ze gaat tenminste veel te traag vooruit, en altijd als het te laat is. Want wat altijd de doorslag geeft, dat zijn de financiële belangen.”

“De campagne is voor mij de eyeopener geweest, een oefenperiode: het was een zeer aangename ervaring. Je komt met heel veel mensen in contact, en je komt terug met de voeten op de grond, want je zit eerlijk gezegd als academicus soms in een ivoren toren.”

“Mijn coöptatie in de Senaat was eigenlijk eerder toevallig, want de Groenen hadden er ruimte voor. Ze hebben mij toen gevraagd of ik interesse had. Er waren weliswaar meerdere kandidaten in de partij, van wie ik het uiteindelijk heb gehaald. Via de senaat ben ik in de Raad van Europa terecht gekomen, waardoor ik toch mijn Europese ambities een beetje kan waarmaken. Ik heb altijd meer interesse gehad voor het Europese politieke niveau.”

“Voor mij is de Senaat – Groen en N-VA wilden deze afschaffen, weet je – eerder een middel dan een doel. Het dient om effectief te kunnen meewerken aan het project dat de partij uitdraagt. De Senaat is voor mij een entreeticket voor de politiek: het biedt mij enorm veel mogelijkheden om mensen te ontmoeten en dingen in beweging te zetten.”

Hoe is uw eerste ervaring met parlementair werk na een jaar?

“Zeer positief. Ik kom zeer veel gemotiveerde mensen tegen. Het beeld van de politici die allemaal zakkenvullers zijn en egotrippers kan ik niet bevestigen. Noch binnen mijn partij, noch buiten mijn partij. Natuurlijk zijn we allemaal ego’s: iedereen heeft ambitie, en ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik in de politiek ga zonder de ambitie om door te groeien of effectief dingen te verwezenlijken. Het idee dat het allemaal mensen zijn die over lijken gaan, dat klopt niet, evenmin dat er messen in de rug worden gestoken. Ik heb dat nog niet ervaren.”

“Ik ben natuurlijk nog maar een jaar bezig, en ik ben voor veel mensen allicht niet bedreigend. Het is wel een harde wereld, net zoals een ziekenhuis overigens. Hier aan het UZ of aan de universiteit carrière maken, dat is even hard. Je botst op mensen met ambities, want je gaat die ladder op en bovenaan zijn de plaatsen nu eenmaal beperkt. Dus het is evident dat ook het politieke niveau een competitieve omgeving is.”

“Ik denk dat je op een integere correcte, overtuigende manier ook aan politiek kunt doen, en dat is zeker mijn ambitie of ideaal. De organen waarin ik zetel, zoals de Senaat en de Raad van Europa, laten mij dat ook beter toe dan bijvoorbeeld de Kamer waar je hard oppositie moet voeren. Ik zit wat in de luwte.”

In de schijnwerpers van de media

Al zetelt De Sutter nog in het donkere pluche van de Senaat, en kennen weinig mensen de Raad van Europa, ze kon niet ontsnappen aan de aandacht van de media. “Eerste transgender” of “transvrouw op de kieslijst” kopten de kranten in volle verkiezingstijd. De Sutter mocht ondervinden dat de uitdrukking ‘het persoonlijke is politiek’ in de pers een eigen betekenis krijgt. “Een journalist heeft mij letterlijk gezegd dat kiezers het recht hebben om te weten wie ik ben als ik op de lijst sta”, zegt De Sutter, “terwijl ik helemaal geen zin had om dat in de media te brengen”. Dat haar bijdragen in de pers andere mensen heeft geïnspireerd en gemotiveerd was voor haar echter een hulpmiddel om die media-aandacht te verwerken.

U zit in de luwte van de Senaat, maar u komt nu wel meer in de media dan vroeger.

“Ja, dat is zo vanwege de andere pet die ik aan het UZ opzet als fertiliteitsspecialist. Een dergelijk specialist in de politiek vindt men natuurlijk zeer interessant, en het geeft mij ook heel veel mogelijkheden om in de politiek mijn medische en academische bagage mee te nemen en omgekeerd.”

Is de beeldvorming van u in de media correct?

“Ja, hoewel ik soms het gevoel heb dat journalisten met mij contact opnemen over onderwerpen waar andere mensen meer gekwalificeerd voor zijn. Ze bellen mij bijvoorbeeld voor alles wat met het transgenderthema te maken heeft, terwijl er mensen zijn die daar professioneel dag en nacht mee bezig zijn. Journalisten lijken veeleer geïnteresseerd in het persoonlijke verhaal dan in de kennis van die persoon.”

Wat vindt u ervan dat journalisten zich toespitsen op het persoonlijke verhaal?

“Dat is de media van de dag van vandaag. Je kunt maar beter de regels van dat spel kennen. Je moet weten waar de media mee bezig zijn, en dan kijken in welke mate dat ook voor jou interessant kan zijn. We zijn partners: als de media soms iets van mij nodig hebben, dan weet ik dat – als ik iets in de media wil brengen – ik soms iemand kan bellen. Ik vind het nog oké vergeleken met de tabloids van andere landen, waar men geen respect meer heeft voor de politici.”

“Er is wel veel veranderd vergeleken met dertig jaar geleden. Nu zal men veel meer op zoek gaan naar die persoonlijke zaken, omdat dat herkenbaar is voor de lezers. Ik vind het niet per se slecht of goed: in Vlaanderen hebben we een evenwicht gevonden. Ik ben bijvoorbeeld nog niet door journalisten door het slijk gehaald. Ik heb gelukkig ook geen misstappen gezet, want dan gaan de media mij als politica niet sparen.”

Het lijkt wel alsof wie transgender is per se afgeschilderd moet worden als transgender in de media, ook al is het niet altijd relevant voor het onderwerp.

“Dat is één van de redenen waarom ik heel lang gewacht heb om in de politiek te gaan. Het heeft mij vorig jaar toch wel wat moeite gekost om te accepteren dat journalisten van mening zijn dat mijn persoonlijk verhaal publiek geheim is, en dat iedereen dat moet weten. Daardoor krijg ik wel continu reacties van mensen die door mijn verhaal geïnspireerd worden. Dus als mijn getuigenissen mensen vooruit helpen, dan zal ik dat blijven accepteren.”

Zwart-wit en alle tinten ertussen

De Sutter heeft als fertiliteitsexpert in heel wat organen gezeteld zoals onder meer het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, het College van Geneesheren Reproductieve Geneeskunde en enkele werkgroepen van de Hoge Gezondheidsraad. De overstap naar het politieke halfrond was wennen, maar ook voor een fertiliteitsexpert niet zo onlogisch. “Het is een van mijn taken om de ervaring die ik op medisch, academisch en wetenschappelijk vlak heb, als een soort expertise in het parlement aan te brengen”, zegt De Sutter.

Is gender ook een thema waarrond u werkt in de politiek?

“In de Senaat ben ik rapporteur over het draagmoederschap, en daar komen ook de homokoppels bij kijken die ook kinderen willen. In de Raad van Europa praten we over mensenrechten, en dan komen we meteen bij holebirechten of feministische thema’s.”

“Ik ben bijvoorbeeld verkozen als voorzitster van de socialistische vrouwen binnen het parlement van de Raad van Europa. (Ik zit in de socialistische fractie, aangezien er geen groene fractie is.) In die groep staan feministische onderwerpen op de agenda zoals gendermainstreaming. We denken gauw dat we alles al verwezenlijkt hebben, maar we zijn er helemaal nog niet. Zeker als we naar andere landen zoals Armenië en Azerbeidzjan kijken. Ik denk dat we nog heel veel vrouwenthema’s moeten opnemen.”

“Ik zit ook in het bestuur van een Europese parlementaire groep die rond seksuele reproductieve rechten werkt. Dat gaat in de eerste plaats over family planning, waaronder ook safe abortion, wat een heel moeilijk ethisch thema is. Dat gaat over mensenrechten en gelijke behandeling van mensen, dus ook de thema’s waarin ik in de Raad van Europa rond werk.”

Bent u momenteel aan concrete wetten of wetsvoorstellen bezig?

“In België zeker en vast. Het is de bedoeling dat het rapport van draagmoederschap naar de Kamer gaat en in een wet gegoten wordt. (De Senaat heeft door de zesde staatshervorming verminderde bevoegdheden en maakt zelf geen wetten meer.) Mij gaat het er absoluut niet om dat mijn naam onder een bepaalde wet komt te staan, het voornaamste is dat de zaak in de goede richting gaat.”

“Veel vooroordelen of problemen die mensen met ethische thema’s hebben vertrekken vanuit onwetendheid. Als je deze onwetendheid kunt wegnemen, dan staan mensen meer open voor een aantal zaken. Het is een van mijn taken om de ervaring die ik hier heb op medisch, academisch en wetenschappelijk vlak, als een soort expertise in het parlement aan te brengen.”

Zijn mensen zich dan meer bewust geworden van de genderproblematiek?

“Als het over gender gaat, dan is België als het ware een fantastisch land. We hebben wel nog knelpunten zoals verplichte chirurgie en de transgenderwet, maar als Elke Sleurs (N-VA) en Koen Geens (CD&V) hun woord houden, dan is dat binnen het jaar geregeld. Die verplichte chirurgie is flagrant in strijd met de mensenrechten. Dat stond ook in de resolutie in de Raad van Europa.”

“De meeste landen staan zo ver nog niet, maar in de landen die relatief LGBT ( Lesbian Gay Bisexual, Transgender) friendly zijn zoals België, doen veel politici echt hun best om de LGBT-rechten op de agenda te zetten. België is een voorvechter op dat punt: qua LGBT-rechten staan wij hoog aangeprezen – na Malta dat zeer vooruitstrevend is. Malta heeft een nieuwe wet ingevoerd waarbij een geslachtsverandering enkel nog een administratieve zaak is, wat wel heel ver gaat.”

Wat maakt die Maltese wet zo bijzonder?

“De Maltese wet is zeer vooruitstrevend, niet alleen gezien de eenvoudige administratieve afhandeling bij geslachtswijziging, maar ook gezien de erkenning van een ‘x’-optie. Deze optie komt voor een aantal transgender personen meer overeen met hun realiteit dan de ‘m’ en ‘v’-opties die wij kennen. Ook voor interseksuele personen past de optie ‘x’ meer bij hun realiteit omdat deze bij de geboorte zou kunnen vermijden dat pasgeborenen en jonge kinderen te vroeg tot het ene of het andere geslacht worden toegewezen, terwijl ze zich dan op latere leeftijd tot het andere geslacht voelen te behoren.”

Is het aan te raden dat de onze huidige wet voor het administratief veranderen van geslacht vervangen wordt door een wet zoals deze in Malta?

“In ons land zijn we nog helemaal zo ver niet. We blijven zitten met de ‘m’ en ‘v’-opties. Interseksuele kinderen moeten een geslacht toegewezen krijgen kort na de geboorte en juridische geslachtswijziging blijft onderhevig aan medische attesten.”

“Allicht zal de verplichte sterilisatie gauw verdwijnen uit de wet, maar de rest zal voorlopig niet veranderen. Een knelpunt is dat hiervoor het familie- en afstammingsrecht moet herschreven worden. Gezien ze het echter in Malta hebben kunnen doen, waarom zouden wij het niet kunnen?”

Waar komt de eis tot sterilisatie vandaan?

“Men vond het indertijd medisch logisch dat organen die zorgen voor bepaalde mannelijke of vrouwelijk hormonen werden verwijderd. Als een man een vrouw wou worden, dan werden de teelballen verwijderd, als een vrouw een man wou worden, dan werden de eierstokken verwijderd. Omdat deze de tegengestelde hormonen produceren van het gewenste geslacht.”

“Daarbovenop zijn heel wat andere argumenten gegooid die te maken hebben met de voortplanting. Namelijk het feit dat, als je als man vrouw wordt, dat juridisch gezien verwarrend is. Het idee was dat je het één of het ander was. Noem het een soort zwart-witdenken. Veertig jaar geleden was transseksualiteit een aberratie: je was iets dat afweek van de normaliteit, een freak, iets heel bizars.”

“Nadien werd dat bekeken als een psychische aandoening waarvoor men iemand behandelde met elektroshocks en psychotherapie. Iets wat men ook met homoseksualiteit deed tot in de jaren zeventig zelfs. Tien à vijftien jaar geleden is men overgestapt op het idee dat transseksualiteit een realiteit is die enkel opgelost kan worden door het lichaam aan te passen aan de genderidentiteit. Dus het werd een medische conditie.”

“Transseksualiteit is een term die nu minder wordt gebruikt (je bent man, je wordt vrouw, en omgekeerd). Ik ben een tijd lang lid geweest van het genderteam aan het UZ: wij konden geen weg met mensen die zich in het midden bevonden. Bijvoorbeeld een man die borsten wil. Toen werd daar de term transgenderisme op geplakt. Nu is transgender een parapluterm voor alles wat afwijkt van de gendernorm, zwart-wit en alle tinten ertussen. Heel wat medische redeneringen over transgender hebben we allang verlaten. We staan nu al een stuk verder.”

Public enemy number one

Politieke ontwikkelingen zoals de erkenning van het homohuwelijk in de Verenigde Staten doen vermoeden dat de tijdsgeest stilaan rijp is voor heel wat nieuwe wetten, normen en rechten die uitdrukking geven aan alle grijswaarden van gender. Zo gaf Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA) begin juni de intentie aan om in vacatureberichten niet langer ‘m/v’ te vermelden. Toch nuanceert De Sutter het idee dat we er zonder meer op vooruit gaan en dat het zwart-witbeeld van gender verleden tijd is. “De verworven rechten kunnen op tien jaar tijd omslaan als de mentaliteit van de mensen verandert.”

Is het belangrijk dat die ‘m/v’-norm verdwijnt? Zoals de man-vrouwvereiste in vacatures?

“Ik vind dat een goede zaak. (Maar deze norm is niet op mijn persoon toepasbaar aangezien het bij mij van kinds af dichotoom was.) Ik heb heel veel mensen ontmoet die een operatie niet willen ondergaan. Personen voor wie het zo ver niet hoeft te gaan, die als vrouw of man over straat willen lopen wanneer zij daar zin in hebben. Vroeger heette dat travestie, maar tegenwoordig wordt die term minder gebruikt omdat het een heel fetisjistische en zuiver geseksualiseerde connotatie heeft. Er zijn ook mensen die uit schrik of financiële overwegingen de operatie niet ondergaan. (Gelukkig krijgen we in België heel wat terugbetaald.)”

“Dat zijn allemaal mensen die in ons systeem uitgesloten worden. Inwoners van landen die door hun overheden als het ware juridisch gedwongen worden zich te onderwerpen aan een chirurgische ingreep, zonder dat deze door die overheid wordt terugbetaald, worden gediscrimineerd doordat zij afgesneden worden van de mogelijkheid om juridisch van geslacht te kunnen veranderen. Er is dus wel degelijk nood aan het loslaten van die dichotomie en, daarmee samenhangend, de eis tot chirurgie. Er dient een opening te worden gemaakt naar mensen die niet ‘m’ of ‘v’ maar ‘x’ zijn.”

Denkt u dat er naar verloop van tijd geen sprake meer zal zijn van de normatieve scheiding tussen man en vrouw in onze samenleving?

“Dat is de eis van veel mensen die zich niet kunnen vinden in die ‘m’ of in die ‘v’. Of we ooit zo ver zullen komen? Dat zal nog zeker tien à twintig jaar duren. Twintig jaar geleden was het idee dat twee mannen zouden trouwen, of het meemoederschap, geen realiteit en zag het er niet uit dat het dat snel zou worden.”

“Ik zie het wel als een mogelijkheid als onze maatschappij verder een tolerante niet- discriminerende, progressieve richting blijft uitgaan zoals dat in België min of meer het geval is. Maar als je op Europees of globaal niveau kijkt, dan zie je ook heel wat tegenbewegingen. In Turkije werd een Gay Pride met harde hand uiteengeslagen, en in een land als Letland is de bevolking er niet klaar voor. Inwoners van landen die tot de EU behoren, worden wettelijk beschermd: ze hebben LGBT-rechten, maar in realiteit worden ze gediscrimineerd omdat de maatschappij niet mee wil. Zal dat in de goede, meer tolerante en niet-discriminerende richting blijven gaan? Ik hoop het, maar als ik zelfs maar naar Frankrijk kijk, dan zie ik toch een enorme oppositie. In Europa zien we een polarisatie van landen die vooruit willen en tegenbewegingen die ontstaan. Tegenbewegingen die trouwens erg goed georganiseerd zijn.”

“We moeten in ons achterhoofd houden dat de strijd niet voor altijd gewonnen is. De verworven rechten kunnen op tien jaar tijd omslaan als de mentaliteit van de mensen verandert. Er is een tendens naar verrechtsing in Europa. In de Raad van Europa word ik soms serieus aangevallen, net als op websites enzovoort. Daar ben ik ‘public enemy number one’ omdat ik rond draagmoederschap wil werken, omdat ik declaraties indien voor de LGBT-rechten. Er bestaan fundamentalistische milieus, hoewel ze in België amper aanwezig zijn, die geen voorstander zijn van deze rechten. We moeten blijven vechten voor mensenrechten, de rechten van minderheden, vrouwenrechten en LGBT-rechten. Dat is mijn motivatie om politiek te bedrijven.”

Door Sarah Van Meel en Thomas Keirse

Deel dit artikel

Over de auteur

XSLT Plugin by BMI Calculator