meeschrijven met dzjoef

“Wij werken met mensen met een verhaal, geen label”

1

Een tijdje geleden sloeg het Canvas-programma Radio Gaga zijn tenten op bij Villa Voortman. Het resultaat was een beklijvende reportage die, zoals uit de vele reacties blijkt, nogal wat indruk heeft gemaakt. Maar wat is Villa Voortman nu precies? Dzjoef klopte aan bij oprichter en bezieler Dirk Bryssinck.

Door Koen De Stoop en Sabine Dick

Wat is Villa Voortman?

Dirk Bryssinck: “Villa Voortman is een ontmoetingshuis voor mensen die de weg naar de hulpverlening kwijt zijn. De mensen die hier komen zijn voornamelijk mensen die een probleem hebben met verslaving in combinatie met een psychiatrische problematiek. Het gaat dan over zware verslavingen aan heroïne, cocaïne, speed of amfetamine maar ook aan legale middelen zoals alcohol. De meeste mensen hebben een lange geschiedenis van opnames in klinieken, in de psychiatrie, in therapeutische gemeenschappen, in de gevangenis achter de rug. “Dubbeldiagnose” noemt men dat: een verslaving in combinatie met een psychische problematiek.”

“Kort gesteld is verslaving dikwijls ook een manier om uzelf te behelpen, een manier om uw pijn te bestrijden. Als je pijn hebt en je drinkt dan kun je je pijn daarmee onderdrukken… of je neemt heroïne om je pijn te onderdrukken. Freud stelde in 1930 reeds dat jezelf intoxiceren de beste manier is om jezelf van de gevreesde buitenwereld af te wenden. Eigenlijk is dat een vorm van zelfmedicatie, maar dan heb je wel al snel een dubbel probleem. Double trouble zoals ze ook wel zeggen. We werken dus voornamelijk met die doelgroep: mensen die psychoses hebben of zware persoonlijkheidsstoornissen in combinatie met een verslaving.”

“Het zijn mensen die de weg naar de psychiatrie en de hulpverlening verloren zijn. Of als ze die weg niet verloren zijn mogen ze er niet meer binnen omdat ze op een zwarte lijst staan. Want de psychiatrie heeft wel degelijk zwarte lijsten. Heel veel mensen hier zeggen dat zelf: ik mag drie jaar daar niet meer binnen; ik mag vijf jaar daar niet meer binnen… Ze zijn op die zwarte lijst gezet omdat ze voor problemen gezorgd hebben. Maar daarbij gaat het vaak om niet zo’n zware zaken. Met een stoel gooien of een verpleger een duw geven is soms al voldoende. Vaak zoekt men gewoon een stok om de hond te kunnen slaan. Dat heeft er mee te maken dat ze met die mensen niet kunnen scoren.”

“De psychiatrie, dat zijn tegenwoordig ook allemaal bedrijven aan het worden die moeten beantwoorden aan normen, aan succesratings en die hun “targets” moeten halen om subsidies te kunnen krijgen. Met mensen die met een verslaving kampen is het moeilijk scoren. Want werken aan een verslaving is een werk van lange adem, met veel vallen en opstaan. Zodat men op een gegeven moment zegt tja is die hier nu weeral terug, dat is nu al de vijftiende keer. We kennen hem, hij gaat weer dat programma niet uitdoen, hij gaat er mee stoppen en weer hervallen… die gaan we niet meer opnemen. Dus mensen van wie ze denken dat ze er niet gaan kunnen mee scoren houden ze gewoon buiten. Met die mensen willen wij werken. Psychotische mensen die gebruiken; een moeilijke groep maar ook een heel kwetsbare groep.”

Was er een concrete aanleiding om met Villa Voortman te beginnen?

Bryssinck: “Een aantal jaren geleden heb ik een afdeling dubbeldiagnose opgestart. Vervolgens kregen we daar zware subsidies voor, voor wat hoort wat. En toen zag ik dat mijn collega’s ook jonge gasten van 17-18 jaar met een eerste psychose begonnen op te nemen die wel eens een joint rookten… Maar dat is geen dubbeldiagnose; dubbeldiagnose dat is elke dag zwaar gebruiken, leven in kraakpanden en dergelijke toestanden. Ik heb dan een stap opzij gezet en begon te werken op de urgentieafdeling. Vijf jaar geleden zag ik daar dat heel wat mensen binnen kwamen op de urgentie, daar een dag en een nacht bleven en weer buiten stonden. Die raakten niet meer tot op de rehabilitatie of de longstay-afdeling…”

“Die verschillende afdelingen hebben allemaal hun eigen visie, hun eigen profilering, hun missie en hun doelstellingen. Maar het paradoxale is: hoe meer je specialiseert, hoe meer mensen er door de mazen van het net gaan vallen. Vijf jaar geleden kwam ik tot die vaststelling. Toen ben ik naar de directie gestapt en heb ik gezegd: kijk; heel wat mensen waar ik tien of zelfs vijf jaar geleden nog kon mee werken – ik werk al bijna dertig jaar in de psychiatrie – die raken nu eigenlijk niet meer binnen. Ik zou iets willen opstarten voor die mensen. Toen heb ik samen met een collega Villa Voortman opgestart, we zijn zo begonnen met twee mensen die hier kwamen. Wij staan nog nu nog altijd op de payroll van de psychiatrische instelling van Sleidinge.”

“Dus wij hebben op een gegeven moment gezegd wij starten met een project: een ontmoetingshuis. En dat ontmoetingshuis is “een vrijplaats voor broedende geesten” zoals wij het noemen. We noemen de mensen die hier komen ook bezoekers, geen patiënten of cliënten. En we vroegen hen “hoe moeten we dat hier noemen? ” Het antwoord was: vooral niets dat aan de psychiatrie doet denken, dus geen dagcentrum of zo want dat klinkt allemaal te psychiatrisch. Het is dus een ontmoetingshuis geworden. We zijn gestart met twee betaalde krachten, en nog altijd werken wij met heel weinig betaalde krachten. We hebben van de provincie een paar kleine contractjes voor een parttime en dat is alles. Voor de rest werken we met veel vrijwilligers en vooral heel veel studenten. Elk jaar hebben we zeven – acht studenten criminologie, psychologie, orthopedagogiek, sociale hogeschool, VSPW… en zo kunnen we toch iets aanbieden aan die mensen.”

“We bereiken intussen dertig, veertig mensen per dag. We zijn elke weekdag open van negen tot vijf. Mensen vragen soms om ook in het weekend open te doen; maar dat gaat helaas niet. In de winter krijgen we ook de vraag of ze na vijf uur niet kunnen blijven. Heel veel van onze mensen zijn dakloos maar de nachtopvang gaat pas open om negen uur. Ze moeten dus nog vier uur overbruggen. Dan vragen ze of ze hier niet kunnen blijven. Maar dat gaat niet, dat mag niet van de verzekering etc.”

"Villa Voortman is een ontmoetingshuis voor mensen die de weg naar de hulpverlening kwijt zijn."

“Villa Voortman is een ontmoetingshuis voor mensen die de weg naar de hulpverlening kwijt zijn.”

“We hebben intussen ook mensen die geïnterneerd zijn. We werken samen met onderzoeksrechter Henri Heimans. (voorzitter van de Kamer van Inbeschuldigingstelling bij de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij (CBM) bij de gevangenis van Gent). Internering is een maatregel voor mensen die een misdrijf begaan hebben maar eigenlijk ontoerekeningsvatbaar waren. Standaard geldt voor hen: datum van invrijheidstelling: 9999. Dat is verschrikkelijk. Er zijn nog altijd meer dan 1000 geïnterneerden in de gevangenissen van België. Dat zijn vaak schrijnende toestanden waar België trouwens al herhaaldelijk voor veroordeeld is.”

“Er is nu wel de nieuwe instelling maar die zit ook al vol met 300 man. Op die instelling valt trouwens ook wel één en ander op te merken. Er mogen bv. geen vrouwen binnen. Maar goed, wij werken dus ook met geïnterneerden. We laten ze gewoon komen, en niet met handboeien. Hier komen en gaan ze gewoon te voet of met de tram – de nieuwe wandeling is niet zo ver van hier. Ik heb al gezegd als die weglopen, ga ik er niet achteraan lopen. Wij werken met verantwoordelijkheid, ook in dit geval. Dus ze komen te voet naar hier en ‘s avonds gaan ze terug weg en dat werkt. Dat is eigenlijk vrij revolutionair.”

En wat bieden jullie precies aan?

Bryssinck: “Wat gebeurt er hier? Heel veel dat ook in de psychiatrie gebeurt maar dan op een heel andere manier. We hebben ateliers zoals een crea-atelier, een muziekstudio waar de gasten opnames kunnen maken. We hebben start to run via een stagiaire die dat doet, we hebben een moestuin, enzovoort. We hebben altijd verschillende projecten, wie binnenkomt brengt iets binnen. Een stagiaire zegt bijvoorbeeld ik kook graag. OK doe dan iets met koken. Of ik heb een beautysalon, wel installeer hier een beautysalon. Iemand wil een film zien, OK. Op een moment kwam er spontaan de vraag naar taallessen. Eén van de stagiaires was Franstalig en die is dan Frans beginnen geven. Hetzelfde met Engels. Er ligt niets vast. Elke week overlopen we wat we gaan doen. Alles gebeurt hier heel horizontaal; dat was ook de bedoeling bij de opstart. We werken niet hiërarchisch, niet op basis van wij beslissen wat er gebeurt.”

“We willen één groep krijgen en waken erover dat er geen wij/zij opdeling ontstaat. Al is dat ook niet continu, ’s morgens zet ik mij met de stagiaires even apart voor de gasten toekomen. Afspreken wie wat gaat doen, een korte briefing over de mensen en we zijn vertrokken. We houden geen urenlang overleg zoals in de psychiatrie. Daar heb je ’s morgens een overdracht, van negen tot tien, dan is het: “niet storen”. ’s Middags van twee tot drie: overdracht; “niet storen”. ’s Avonds van negen tot tien: overdracht; “niet storen”. Dat is dus al drie uur op een dag dat de patiënten apart zitten terwijl de rest ook apart zit om het over hen te hebben. En dan heb je ook nog een halve dag teamvergadering, een halve dag intervisievergadering enzovoort. Op die manier krijg je allerlei aberraties, dat je heel de tijd over mensen zit te spreken in plaats van met de mensen te spreken. Dat proberen we hier te vermijden. We waken erover met de mensen te spreken, dat we geen aparte vergaderingen houden. De beslissingen die er worden genomen worden altijd genomen samen met de mensen.”

“Er zijn hier maar twee basisregels, geen gebruik en geen geweld. Dat wil zeggen dat je hier clean toekomt en ook clean weer vertrekt. De meeste mensen zullen wel nog iets gebruiken, maar tussen vijf en negen niet. Dat is ook een manier om clean te kunnen worden. En de mensen zeggen ook zelf dat ze dat waardevol vinden. Dat ze daarom ook wachten tot ’s avonds.”

“Maar we gaan de mensen ook niet achtervolgen of testen om vast te stellen of ze al dan niet gebruikt hebben. We werken op basis van burgerschap; niet met patiënten of cliënten. Wel met burgers, met rechten en plichten. Dat wil zeggen dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor het reilen en zeilen van dit huis, wat eigenlijk wel heel tof is. En in het begin moet je daar een beetje opletten, van je hebt weer gedronken, dat gaat toch niet zo. Maar na een tijdje gaan we ook zeggen je hebt gedronken dus ga terug naar huis en kom vanmiddag terug. Of als iemand zo veel gedronken heeft dat het gevaarlijk kan worden zeggen we legt u boven in de chill-out ruimte, rust een paar uurtjes, neem een douche en kom dan terug naar beneden.”

“Vroeger moest ik of mijn collega dat in de gaten houden maar nu wordt dat gedragen door de groep. Nu spreekt men elkaar daarover aan, als bv. iemand zo stoned is dat het niet tof meer is. Er is een gedeelde verantwoordelijkheid; in de psychiatrie is dat altijd wij/zij; het team versus de patiënten. Wat ook een vorm van dom houden is, van stigmatiseren. Dat lokt een patiëntenrol uit versus een team van experts. Hier zijn we allemaal verantwoordelijk voor wat er gebeurt.”

“Ik ben nu toevallig psycholoog en werk al dertig jaar in de psychiatrie, maar er zijn hier ook mensen die als vrijwilligers werken maar uit een totaal andere sector komen. Voor mij doet dat er allemaal niet toe want we doen allemaal hetzelfde: proberen een band te maken met mensen die weinig banden hebben. Een beetje zoals in het verhaal van de Saint Exupéry over de kleine prins en de vos. Hoe wordt je vriendjes met een vos: door elke dag een beetje dichterbij te komen. Dat is een beetje wat hier gebeurt. En dan zijn we vertrokken.”

"Mensen van wie men denkt: daar valt niet mee te scoren, houden ze buiten. Met die mensen willen wij werken."

“Mensen van wie men denkt: daar valt niet mee te scoren, houden ze buiten. Met die mensen willen wij werken.”

“Mensen komen hier gewoon binnen na een kort intakegesprekje, maar dat is geen verhoor. Verder vragen wij niets, geen SIS-kaarten, geen identiteitskaarten… Het is ook daardoor dat we niet gesubsidieerd worden. Want als je gesubsidieerd wordt moet je mensen inschrijven; moet je hun sis kaart vragen etc. Veel van onze gasten hebben hun kaarten verscheurd, hebben geen paspoort meer omdat ze het weggegooid hebben. ”

Hoe staan jullie tegenover de toenemende kritiek op het biomedisch model dat momenteel de psychiatrie domineert, zeker in ons land?

Bryssinck: “Ik kan mij daar wel in vinden. We zien dat hier ook: mensen komen hier en zeggen dan “ik heb in Caritas gezeten”; of “in het Guislain en ik ben paranoïde schizofreen”. Dan zeg ik die diagnose interesseert mij niet. Wij werken met mensen met een verhaal in plaats van met patiënten met een label. We werken ook niet met deficit denken of medisch denken. Medisch denken is deficit denken: die is schizofreen dus die kan dat niet, of die is paranoïde dus die kan dit niet.”

“Wij werken vanuit empowerment, vanuit kracht, wat kunnen ze wel? Dan zegt iemand bv ik heb vroeger nog in een restaurant gewerkt; ik heb een koksopleiding gehad. OK, werk dan mee in de keuken. We voorzien hier goedkope maaltijden van 2€, dat is heel goedkoop. 20-25 man per dag kan hier zo toch een warme maaltijd eten. We werken altijd met krachten, ik wil graag een boek schrijven,.. Ik wil graag wat zingen OK dan laten we gasten zingen en iets opnemen. En dan maken we daar cd’s van met hun naam er op; zodat hen dat weer wat kracht, wat zelfvertrouwen geeft.”

“We proberen altijd een klik te maken en we werken niet met patiënten en labels; we willen juist ont-labelen, ont-stigmatiseren, kijken naar hun kracht is in plaats van naar hun tekort. Voor sommige mensen is dat stap voor stap aan het werk gaan via arbeidstrajecten, de meerderheid zal misschien nooit aan het werk gaan. Dat is niet zo erg , dan gaan we die op een andere manier wat quality of life proberen laten ontwikkelen. Dat is een omslag in het denken. Sommigen zullen misschien heel hun leven een stuk een verslaving hebben maar wil dat dan zeggen dat ze nergens terecht kunnen? Het is een andere manier van denken, het gaat er niet om of mensen nog gebruiken. Als je mensen vraagt waarom kom je naar hier, dan krijg je fantastische antwoorden: ik krijg hier respect, ik krijg hier een stuk ondersteuning of ik wordt hier terug mens. Wij willen er niet persé brave burgers van maken. Voor mij is dat geen optie.”

“Bij dat medisch denken krijg je ook een deresponsabilisering. Ik ben een seriemoordenaar, sorry, maar ik kan er niet aan doen. Er liggen wel een aantal dingen vast in je leven maar je hebt ook een keuzevrijheid. Bij het biomedische denken heeft therapie en opvang geen zin meer omdat je toch niks kan sturen; het ligt aan de hersenen of de genen. Psychiatrisch onderzoek richt zich vooral op het hoofd in plaats van op het contact met mensen. De nadruk ligt te veel op het “behandelen” van “ziekten”.”

“Pas op, wij zijn ook niet tegen medicatie. Medicatie is in veel gevallen een goede zaak geweest. zolang je maar niet gaat niet overmediceren. Heel wat mensen nemen wel medicatie hier maar niet bij ons. Zij nemen dit in samenspraak met hun dokters. Wij zijn aanvullend en we werken goed samen met wijkgezondheidscentrum de botermarkt, ook met het OCMW’, straathoekwerkers, klinieken voor korte opvang… Veel gasten nemen ook methadon. Maar hier moet het een thuis zijn die niet aan het medische doet denken, niet aan de psychiatrie. Wij voelen meer voor de presentiebenadering van Andries Baart. Die heeft zijn hele theorie opgebouwd vanuit de vaststelling dat veel reguliere hulpverlening voor bepaalde mensen niet werkt omdat men geen aandacht heeft voor hun verhaal. De presentiebenadering gaat uit van niet interveniëren, niet sturen, maar gewoonweg beluisteren, een luisterend oor zijn, mensen op verhaal laten komen.”

“Wij zitten dus op een ander spoor. Dat voelt men ook wel in de psychiatrie. Ik gebruik graag een metafoor van Derrida: die van de marktplaats, de agora. De marktplaats is een plaats waar ik anderen kan ontmoeten zonder dat ik mijzelf moet opgeven en zonder dat de ander zichzelf moet opgeven. Ik en de ander, dat spanningsveld blijft bestaan. Dat is hier ook zo: mensen komen hier, mensen moeten niet “normaliseren” want wat is dat normaal zijn? Mensen mogen ook prettig gestoord zijn; er zijn mensen die hallucineren en in zichzelf zitten te praten. Ook omdat iedereen dat weet, is daar respect voor. Mensen gaan elkaar ontmoeten en door het spanningsveld dat er ontstaat gaat men ook veranderen door die ontmoeting.”

“Ook jezelf in vraag blijven stellen is belangrijk, zelfs na dertig jaar. Mensen niet categoriseren, voorbij de categorieën en classificaties kijken naar de mensen, wie zijn ze en wat willen ze? Wat is iemands verhaal, iemands vraag en wat kunnen we voor hem betekenen? Jezelf en je eigen autoriteit in vraag stellen. Want het is niet omdat ik al dertig jaar therapeut ben dat ik een beter contact heb dan een bezoeker of een student. Misschien heeft die wel een beter contact. Dan is hij diegene die de gesprekspartner wordt.”

2014 Straatbeeld

“Ja, wij moeten hier weg. Ik vind dat een ramp. Dit is een fantastisch huis.”

“In de klassieke psychiatrie is er ook altijd een onderscheid tussen de psychotherapeut en de sociotherapeut. De psychotherapeut is de psychiater of de psycholoog, en beneden zitten de verplegers die de eerste klappen opvangen. Hier doen wij allemaal die beide rollen. Op het moment dat je naar boven gaat voor een gesprek wordt je eigenlijk een therapeut. Terwijl je hier beneden meer een sociotherapeut bent. Eigenlijk is dat allemaal hetzelfde werk. We zitten allemaal tussen de mensen dicht bij de mensen, je zorgt dat je contact krijgt, probeert een klik te krijgen en dan ben je vertrokken. En dat kan van alles zijn, dat kan een huis zoeken zijn; dat kan papieren in orde maken zijn, mensen helpen om aan het werk gaan of gewoon terug wat mens worden zijn. Dat zien we wel. Dat is zowat het concept.”

Zo te horen hebben jullie heel wat bedenkingen bij de reguliere psychiatrie. Maar jullie zijn nog altijd onderdeel van een psychiatrische instelling. Is dat dan geen lastige positie?

Bryssinck: “Wij worden een beetje bekeken – en ik vindt dat ook wel jammer – alsof wij tegen de psychiatrie zijn; als antipsychiatrisch. Wat natuurlijk niet zo is. We moeten gewoon een ander concept hebben voor bepaalde mensen. Het heeft geen zin om naar verplichting te gaan met die mensen want dat haalt toch niets uit. Onze gasten hebben ook vaak kritiek op de psychiatrie en de manier waarop ze daar behandeld worden. Moeten wij dan zeggen dat ze dat niet mogen doen? Natuurlijk niet, de gasten mogen zeggen wat ze willen. Wij gaan hen niet censureren.”

“Maar we hebben de psychiatrie ook nodig. Soms vragen mensen er ook zelf naar om opgenomen te worden. Soms wordt het hen ook teveel van op straat te leven, ze zijn fysiek op, ze zijn het beu of ze zijn zoveel aan het gebruiken dat ze zeggen zo kan het niet verder. Zo was er een aantal jaar geleden iemand die zei, Dirk, ik hoor weer die stemmen in mijn hoofd; jij noemt dat psychoses. Ik zeg dat doet er niet toe hoe ik dat noem maar wat vertellen die stemmen u? Ze vertellen mij echt slechte dingen; van koopt u een blaffer. En dan moet ik ofwel de mensen in mijn kraakpand afmaken, ofwel moet ik mijzelf neerschieten. Of mijn ouders… En hij zei letterlijk ik voel mij een beetje een Kim De Gelder, en ik voel dat ik zottigheid ga doen die ik eigenlijk niet wil. Daarom wil ik een week of twee binnengaan in de psychiatrie, ik wil zelfs mijn medicatie nemen, want ik vertrouw mijzelf niet meer. Dus ik bel de psychiatrie op en daar mocht hij niet binnen, want hij was in het verleden te agressief geweest.”

“Volgende instelling: hetzelfde. Hij zei zelf ook Dirk dat gaat niet helpen want ik sta op de zwarte lijst. Dus ik bel een psychiater van kijk die mens heeft dit en dat tegen mij gezegd, er zit hier een gans team rond mij van mensen – wat niet waar was – en als die morgen een drama aanricht dan ben jij mee verantwoordelijk, dat is schuldig verzuim. Toen zei hij binnen drie weken kan hij komen. Maar je moet tegen zo iemand niet zeggen dat hij binnen drie weken kan komen. Je neemt die nu op als je niet verantwoordelijk gesteld wilt worden voor een Kim De Gelder toestand. Dat is chantage, zei die psychiater toen. Dat wist ik ook wel maar ik kon niet anders. Iemand onder de speed in combinatie met stemmen dat is een explosieve toestand. “Intussen kunnen we mensen ondanks de zwarte lijsten wel ergens binnen krijgen. Vooral in Sleidinge. Het gaat dan over korte opnames van een week anderhalve week. Langer moet ook niet. Wij gebruiken de psychiatrie om crisissen op te vangen en dan nemen wij die terug.”

“Maar we worden nog altijd gezien door de psychiatrie als … tja, als wat hippies bij elkaar. Terwijl wij toch een sterke academische binding hebben. Er zijn al een tiental thesissen over ons geschreven. Er zijn al twee buitenlandse artikels geschreven over ons. Tom de Corte en Freya Vander Laenen van de vakgroep criminologie en Eric Broekaert van de orthopedagogiek hebben A1 artikels geschreven over ons. We hebben nu iemand die in vijf jaar gaat doctoreren over ons. Welke afdeling in de psychiatrie heeft zoveel academische binding? We zijn daar ook bewust mee bezig. Zodat ze binnen een paar jaar de boel niet kunnen opdoeken omdat ze ons beu zijn.”

“Daarom dat we ons willen documenteren om te tonen wat we doen. Gasten worden regelmatig bevraagd door thesisstudenten. We hebben ook wel evaluatieonderzoek – wat dat ook moge zijn. We willen op die manier ook kunnen aantonen dat ons concept wel werkt. We krijgen steeds meer uitstraling, we treden met de Voortmannen op in Gent bij allerlei gelegenheden, bijvoorbeeld op de dag tegen de armoede. Maar ik heb de indruk dat die uitstraling vanuit de reguliere psychiatrie toch wat argwanend bekeken wordt.”

“We schrijven gasten niet in of zo dus op die manier kunnen we ons niet bewijzen. Ik wil ook geen mensen beginnen inschrijven voor het riziv enzo. Want dan moet je ook beginnen eisen dat ze komen, moet je dossiers aanleggen, kunnen aantonen dat je mensen geneest etc. Maar wat is dat genezen? Ik wil een beetje in die twilight zone blijven. Ik wil niet dat ze ons wegmaaien maar ik wil ook niet regulier worden. Want dan krijg je ook allerlei verplichtingen opgelegd. Registreren, zogezegd evidence based gaan werken en dat soort toestanden.”

“Maar we mogen ook niet te groot worden, dan moet er misschien een andere Villa Voortman komen. Ik denk dat er meer ontmoetingsplaatsen moeten komen. Want er is een afbouw bezig in de psychiatrie. Die afbouw is geregeld via het intussen beruchte artikel 107 over de vermaatschappelijking van de zorg. De bedoeling is mensen uit instellingen te halen en in de maatschappij te laten meedraaien, de inclusie gedachte. Is dat omdat we nu plots zo humaan geworden zijn? Ik vrees van niet. De aanleiding is waarschijnlijk eerder dat men denkt het goedkoper te kunnen doen. Want residentiële opvang – en die is in België nog altijd heel uitgebreid – kost de overheid handenvol geld. Dus zeggen ze we gaan dat afbouwen, want “mensen hebben ook recht op deelname aan het maatschappelijk leven.”

We zijn geen antipsychiatrie. We moeten gewoon een ander concept hebben voor bepaalde mensen. Het heeft geen zin om verplichtingen op te leggen, want dat haalt toch niets uit.

“Amerika heeft dat al heel lang gedaan, Italië ook, en Nederland heeft intussen ook afgebouwd tot tweehonderd bedden op een paar jaar tijd. En bij ons zijn ze daar nu ook mee bezig. Waarbij er vooral geïnvesteerd wordt in mobiele equipes die bij de mensen thuis komen. Dat is goed. Mijn idee is wel dat het niet is dat omdat je de psychiatrie afbouwt dat daarmee ook de problemen afbouwt. Je moet opletten dat je de miserie in de instellingen niet vervangt door miserie op straat. Als je die afstellingen afbouwt zou je ook het personeel moeten doorschuiven naar die communale zorg. Wat er nu gebeurt is met die mobiele equipes dat is een heel goede zaak, die komen bij de mensen thuis.”

“Mensen komen hier ook soms alleen maar zitten. Stagiaires vragen mij dan wel eens wat is daar nu zo therapeutisch aan, aan hier komen zitten en sigaretten roken? Als je hen dat zelf vraagt krijg je als antwoord: vroeger zat ik altijd alleen in mijn kotje met mijn hallucinaties, naar mijn stemmen te luisteren en was ik heel angstig. Nu kom ik naar hier en kan ik mensen recht in de ogen kijken een koffietje drinken, socialiseren. Je kunt daar een heleboel theorieën over verzinnen maar psychose is ook een buiten de samenleving vallen, een kortsluiting. Op het moment dat je die weer in een samenleving aan het spreken krijgt ben je betrokken.”

“Dus het feit dat die mens zegt ik kan al terug met de mensen spreken zonder dat ik paranoïde wordt dan is dat eigenlijk al een grote stap voorwaarts. Dan zien we wel weer verder. Sommigen komen na een tijd niet meer, sommigen gaan aan het werk, sommigen bouwen hun methadon af… Of ze willen als ze een tijd clean zijn op reis gaan. Sommigen blijven ook komen. Maar het feit dat die mensen naar hier kunnen komen in een warm nest is heel belangrijk. Een ontmoetingshuis is een plaats die gastvrij, open is. Je komt hier wanneer je wilt. Dat komen en gaan is zeer belangrijk. Op het moment dat je mensen wilt vasthouden of verplichten lukt het niet meer. Verplichten aan therapie te doen of aan ateliers mee te doen zoals in de psychiatrie lukt dan niet meer.”

“Die vrijheid en openheid zorgt er voor dat wij hier weinig agressie hebben; we hebben eigenlijk nog nooit agressie gehad. Omdat we niet zeggen je moet hier blijven. Dat is mensen in de hoek duwen, en dan krijg je natuurlijk acting-outs zoals in de psychiatrie. Hier is dat niet nodig, want ze kunnen gewoon weggaan. Dit is een gastvrije plaats, de mensen mogen hier zijn wie ze zijn, en ze mogen ook weggaan als dat willen. Dergelijke plaatsen zullen nodig zijn als gevolg van de afbouw komen in de grote instellingen. Als je mensen alleen maar “behandelt” buiten de instellingen zal de eenzaamheid en vervreemding alleen maar toenemen. Er is meer nodig voor de mensen die uit de instellingen verdwijnen.”

Tot slot: Jullie moeten dit pand verlaten. Is er al een nieuwe huisvesting gevonden?

Bryssinck: ”Ja, wij moeten hier weg. Ik vind dat een ramp. Dit is een fantastisch huis, met hoekjes en kantjes. Wat ook belangrijk is voor de mensen. Mensen moeten zich kunnen verstoppen of kunnen weggaan en terugkomen. Stad Gent is zeer sterk mee aan het zoeken omdat ze dit ook belangrijk vinden, het houdt de mensen ook van straat. Zij vinden het belangrijk omdat er op die manier minder overlast is. Burgemeester Termont staat zeker achter ons project. We hebben nu iets aangeboden gekregen voor binnen drie maand maar dat is in Wondelgem en dat is te ver. Nu zijn we ideaal gelegen, vlak bij de wijken Tolhuis, Sluizeken, Ham, Rabot en de Muide. En we hebben hier ook een ziekenhuis als buur, zodat we altijd dicht bij de spoed zitten. Ik hoop maar dat we uiteindelijk een nieuwe geschikte plaats zullen vinden.

Wij helpen het je hopen!

De muziekopnames van Villa Voortman zijn te beluisteren op:

https://soundcloud.com/radiovoortman

De Radio Gaga reportage is te herbekijken op:

http://www.canvas.be/video/radio-gaga/najaar-2015/villa-voortman

Deel dit artikel

Over de auteur

Koen is hoofdredacteur bij DZJOEF

XSLT Plugin by BMI Calculator