meeschrijven met dzjoef

Zwerfgoed: time-out of time-over?

0

Het is zomer en dus geniet iedereen van de vakantie alvorens weer aan het werk of naar school te gaan. Maar er is ook een groep jongeren die ook na de vakantie niet naar de schoolbanken terug gaat. Omdat die groep de laatste jaren een steeds groter lijkt te worden is men naarstig op zoek naar manieren om dat te verhelpen. Eén van de voorgestelde oplossingen is jongeren die dreigen af te haken op school een time-out aan te bieden.

Dzjoef ging op de koffie bij Pieter Baert van Zwerfgoed – een Gentse vzw die dergelijke time outs opzet – voor meer tekst en uitleg. Te beginnen bij de vraag: hoe is het zover kunnen komen?

Pieter Baert: “De hele methodiek waarop we ons bij Zwerfgoed baseren is eigenlijk ontwikkeld door Robert Accoe. Een nu gepensioneerde Gentse politieagent die zowat  op eigen initiatief binnen de Gentse politie een jeugdcel heeft opgericht. In zijn laatste jaren als politieagent heeft hij het boerderijtje van zijn ouders geërfd in Sint-Laureins. En omdat hij iets wou doen met die boerderij en hij zodanig veel in contact kwam met jongeren die puur uit verveling domme dingen deden is hij die beginnen uitnodigen naar die boerderij en daar ging hij met die jongeren aan de slag. Zo is dat eigenlijk ontstaan.”

De Kruiskenshoeve moet nu zo’n 15 jaar moet bestaan. En nu doet Robert dat in zijn  pensioen nog altijd als vrijwilliger. Ondertussen heeft hij wel al een ruim netwerk van organisaties die hem steunen en zo. Een tijd geleden heeft hij ook nog de prinses Mathilde prijs gekregen.”

Vulde hij met dit initiatief een hiaat op? Of was het bestaande aanbod waar die jongeren terecht konden al veel te vol waardoor er geen plek was?

Pieter: “Dat er een hiaat was, was wel duidelijk. Maar het is dubbel, hij is ook zelf op zoek gegaan naar een manier om met die gasten aan de slag te kunnen gaan. Heel wat gasten kwamen in de miserie omdat er te weinig perspectief was en ze te weinig omringd waren. Hij heeft eigenlijk wel een beetje de insteek van een zorgboerderij te zijn met Robert als zorgboer. Jongeren mogen daar zichzelf zijn en ze worden ook niet getaxeerd op wat er in het verleden is gebeurd of wat ze eventueel allemaal al hebben uitgespookt. Ze krijgen daar gewoon de kans om te zijn wie ze zijn en op zoek te gaan naar waar ze graag mee bezig zijn. Ondertussen is er daar al wat onderzoek naar gebeurd en zijn er mensen uit de jeugdzorg die eerder theoretisch onderlegd zijn op zoek gegaan naar een manier om die methodiek vast te leggen en daar is een boekje uit gekomen. Franky D’Oosterlynck van de Vaartkapoen die gelinkt is aan het Guislain, heeft daar samen met wat collega’s een boek over geschreven: “de pauzeknop”. Daarin staat het ontstaan van die methodiek in beschreven.“

Dat is iets wat je vaak ziet: vrijwilligers ontwikkelen praktijken die ongedekte behoeften vervullen, dan worden ze opgepikt door het beleid en dan worden ze geïnstitutionaliseerd.

Pieter: “Ondertussen  zijn er in ieder geval al wat meer projecten die die methodiek uitdragen zonder die te benoemen als de “methodiek van de Kruiskenshoeve”. Elk time-out project eigen accenten en andere manieren van werken maar iedereen wil wel iets doen aan het probleem dat heel veel jonge gasten op school uitvallen en dat dan meteen ook alle zorg daaromtrent wegvalt. En dat is natuurlijk om miserie vragen. OCMW’s  zien al een paar jaar die problematiek van die groep tussen 15 en 28  steeds groter worden en die neemt steeds grotere hap uit hun budget. Ook vandaaruit is die dynamiek van time outs er.”

“En vooral met die insteek zijn wij ook aan de slag. Dat we gasten die dreigen uit te vallen net op tijd weer willen oppikken en weer willen aan de slag krijgen, weer wat zin doen krijgen in het leven, weer wat eigenwaarde laten opbouwen doordat ze ergens mee bezig zijn. Het gaat niet zozeer over wat we doen, het gaat er over dat we ergens mee bezig zijn. Hier op zwerfgoed is dat de insteek, jongeren moeten hier niets maar we appelleren constant aan de jongeren: wat doe je graag, wat kun je goed, probeer maar zoek maar.  Mislukken bestaat niet; heb jij nog nooit met een hamer en nagels gewerkt, dat geeft niet. En valt die stoel uit elkaar als er iemand gaat op zitten dat is niet erg we gaan proberen hem te herstellen… en blijkt dat helemaal je talent niet te zijn dan zijn we daar dan toch al achter: dat dat uw talent niet is.”

“Op die manier proberen we constant gasten zelf op zoek te laten gaan en visjes uit te gooien op basis van vertrouwen en positiviteit en ook vanuit de insteek dat mislukken  eigenlijk niet bestaat. Je kunt hier alleen maar goed doen. En vandaar uit proberen  we te zoeken naar groei. En Tussendoor geven we ook wel de boodschap mee dat als je aan de slag wil gaan en blijven dat je dan toch in het reguliere systeem ergens je gading gaat moeten vinden en je ook gaat moeten leren aanpassen. Want hier kunnen wij helaas geen diploma’s uitschrijven, hier kunnen wij geen jobs creëren voor gasten….”

zwerf3

Moestuin van Zwerfgoed

Zie je patronen in de sociaaleconomische of opvoedkundige achtergrond van de ouders van de gasten die hier terechtkomen of is dat een brede waaier?

Pieter: “Het is onmiskenbaar dat we meer jongeren hebben uit kansarme milieus, vanuit eerder kwetsbare gezinssituaties. Waar je merkt dat er niet genoeg ondersteuning of zorg is op dat vlak, maar dat is zeker niet altijd zo. Ik schat dat 60 à 70% uit een eerder kansarm milieu komt waar onderwijs niet altijd evenveel aandacht krijgt. Maar je hebt evengoed de verwenningsproblematiek, van jongeren die met ambitieuze ouders, waarvan je ook merkt dat ouders te weinig tijd hebben waardoor jongeren eigenlijk de vaardigheid hebben geleerd om steeds hun goesting te krijgen. Ook die jongeren blijven nog steeds vertegenwoordigd.  Dat is niet alleen bij schoolse problematieken, ook binnen de bijzondere jeugdzorg merk je dat.”

Jullie werken dus vooral met de jongeren. Wat met de andere betrokken partij? Doen jullie ook iets met de scholen?

Pieter: “Absoluut. Wij gaan geen uren in verslaggeving steken als we merken dat de school daar vervolgens niet mee aan de slag gaat. Wij proberen vooral heel concreet de dialoog op gang te brengen, door de mensen die met de jongeren werken zoals CLB-begeleiders uit te nodigen en hier samen met de jongeren erbij plannen te laten ontwikkelen en perspectieven te creëren en die ook zo’n beetje in goede banen te leiden. We proberen daar het klankbord en tegelijk ook de spreekbuis te zijn van die gasten. Op basis van wat we gezien hebben en hoe wij ze hebben leren kennen. “

Er zijn ondertussen ook al scholen die zelf time out projecten opzetten…

Pieter: “Als een school zelf time- out voor hun eigen leerlingen gaat ontwikkelen stapt men niet voldoende weg van het probleem en van de negatieve spiraal. Dat blijft ook gelinkt aan de mensen waarmee het eigenlijk scheef zit. Wij pleiten er voor om die time-out af te scheiden, ook met een beetje een onthemend karakter. Dus ook letterlijk weg van het probleem; naar een andere plek. Maar we merken ook inderdaad dat er steeds meer scholen proberen die methodiek te installeren. Ik denk dat dat ook dat te maken heeft met het succes van de formule, men ziet daar wat subsidies naar toe gaan, dat het beleid daarover aan het nadenken is, zodat ze gaan denken daar zit iets in we moeten daar misschien iets mee. “

En dan is men ook nog eens aan het snoeien in de middelen voor flankerend onderwijsbeleid…

Pieter: “Ja. Vandaar ook de reflex van de scholen waarschijnlijk om die time outs te integreren omdat ze geen budgetten krijgen om samen te werken met externe organisaties. We hebben dat eens becijferd: als je twee betaalde krachten hebt, hoeveel zou je dan moeten vragen per jongere om voldoende middelen te genereren om dat te betalen? We kwamen uit op 68 Euro per dag per jongere. Het is niet realistisch om te verwachten dat je dat zult kunnen krijgen. En ik zou ook niet willen dat dat de norm wordt. Wij slagen er wel jongeren te betrekken in dat gegeven dat het elk jaar weer moeilijk is om middelen te verzamelen en dat ze dus zelf een aantal zaken gaan moeten ondernemen.”

“En eigenlijk zijn jongeren daar wel vatbaar voor.  Ze zijn bereid om mee te werken om ervoor te kunnen zorgen dat dat in orde komt. Deze winter bijvoorbeeld hebben we voor music for life kerstkaarten ontworpen en dat heeft een hele dynamiek in gang gezet onder de gasten: hoe “wijzer” die kaartjes zijn  hoe meer die gaan verkopen. En hoe meer kans zwerfgoed dan heeft om het weer wat langer te trekken. Dat is wel leuk, maar wij zullen altijd afhankelijk blijven van steun en subsidies.  Vandaar dat wij vinden dat het een verstandige keuze zou zijn om meer geld uit te trekken voor die specifieke time-outs.”

zwerf6

Met de jongeren in het bos werken

En wat is de reactie? Kijkt het beleid daar niet naar alsof die bestaan bij gratie van vrijwilligers? En dat het goed is zo?

Pieter: “Niet helemaal. De Kruiskenshoeve en Zwerfgoed zijn binnen het overlegorgaan dat de provincie ondersteunt de enige twee organisaties die het louter op basis van vrijwilligerswerk doen. Er zijn ook een aantal organisaties die daar erkenning en subsidies voor ontvangen. Daar zit je ook met time outs maar daar wordt dat meer gelinkt aan persoonlijke ontwikkelingstrajecten en daar wordt alles vooral aangestuurd vanuit onderwijs en minder vanuit welzijn. Die zijn meer schoolvervangend , zij kunnen  wel deelcertificaten uitreiken maar het blijft zo eerder een schoolse aanpak en een schoolse opleiding bijna. Terwijl wij zeggen dat wij daar volledig los van staan.”

“Maar wij en Robert zijn ook heel hard op zoek naar manieren om er voor te zorgen dat de Kruiskenshoeve ook na Robert kan blijven bestaan. En daar zitten wij ook mee samen met Robert alles goed in de gaten te houden en alles goed te documenteren en communiceren. Dat er daar inderdaad vanuit het beleid wat meer ondersteuning zou komen want dat kan niet blijven duren dat die projecten helemaal op vrijwilligers draaien. Want het is uiteindelijk wel een intensief aanbod. Elke schooldag gans het jaar rond komen er vier vijf jongeren naar zwerfgoed, en in de Kruiskenshoeve ligt dat zelfs nog iets hoger.”

“En daar blijven er ook nog eens jongeren logeren uit internaten, zorggroepen, leefgroepen die ook eens een keer weg moeten uit die omgeving, om daar ook eens alles een keer tot rust te laten komen. Wij zijn constant op zoek naar middelen en meer structurele ondersteuning van het beleid. Ook wij moeten het momenteel hoofdzakelijk hebben van giften en sponsoring en eigen initiatieven, en dat lukt wel maar dat zorgt niet voor een duurzaam perspectief; het is elk jaar weer  afwachten af we gaan kunnen doorgaan.”

Heeft zwerfgoed dan geen betaalde werkkrachten?

Pieter: “Zwerfgoed heeft één betaalde werkkracht, zijnde mezelf. Ik werk 19 uur ingeschreven maar bij vzw apart. Vzw Apart is een vrij ruime fusiegroep hier in het Gentse waar ik zelf nog voor gewerkt heb en nu is er een experiment van één jaar waarin apart 19 uur heeft vrijgemaakt om mij hier tewerk te stellen.  Op termijn willen we kijken hoe we die samenwerking in stand kunnen houden of eventueel verruimen. En hoe dat de positie van zwerfgoed kan versterken bij het zoeken van middelen.”

“Er zit iemand in onze raad van bestuur vanuit de Lions’ club Meetjesland, dat is dus een mens die vooral met cijfers bezig is, die zegt zorg dat je het verdient, dat je die inkomsten samen krijgt. Maar wij zitten wel in een niche waar het niet evident is om naar productie te gaan, daar willen we net niet naar toe. We willen dat die druk laag blijft en dat die drempel  laag blijft. Maar je zou ook kunnen zeggen: wij bieden de scholen een dienst aan, wij vragen dan ook een dagvergoeding van 8 euro. Want wij zijn dan in de plaats van de scholen met die jongeren bezig. Maar zelfs dat is moeilijk om die 8 euro per dag los te krijgen.”

Hebben jullie het daar al over gehad met de scholen? Want de jongeren komen naar zwerfgoed omdat zij het vragen, niet omgekeerd.

Pieter: “Ja. De verwijzers zijn meestal scholen en zij melden jongeren bij ons aan. En meestal is dat vanuit de insteek: hier loopt iets grondig fout en dit krijgen wij met de school niet meer op de rails. Dus willen wij overgaan tot een preventieve schorsing maar we willen die jongere niet helemaal opgeven, we willen die ook nog de kans geven om bezig te blijven en om daar mee aan de slag te gaan. Zo komen jongeren hier meestal terecht. En wij blijven ook steeds maar inzetten op het contact met de school. Ook al omdat wij vinden dat een verwijzer jongeren hier niet zomaar kan parkeren. Er moet altijd nog een link en een geloof zijn dat we die jongere opnieuw kunnen toeleiden naar die school met een andere motivatie en een andere insteek.”

zwerfgoed2

Pieter Baert, oprichter en bezieler van Zwerfgoed

Dat wil zeggen dat er buiten die spie van jongeren die jullie begeleiden ook nog een spie is die jullie niet begeleiden en waar  scholen niet in geloven . En waar komen die dan terecht?

Pieter: “Heel vaak op straat. Of ze worden aan hun lot overgelaten. Meestal zijn dat ook jongeren met een problematische schoolcarrière die al zes zeven scholen achter de rug hebben en telkens in hetzelfde verhaal en hetzelfde spanningsveld terechtkomen waardoor er op den duur niemand nog mee aan de slag wil. Maar er zijn heel veel jongeren die al langdurig niet meer naar school gaan. Daarin is er ook wel een bepaald soort van misbruik. Het zit zo: Elk jaar wordt het budget van de school voor het jaar nadien  gebaseerd op een leerlingentelling die gebeurt op één februari.”

“Dat gaat over cijfers en aantallen die ze moeten halen. Het gaat over hun financiering en de bepaling van het aantal personeelsleden. Aan de hand van het aantal leerlingen dat een school heeft ingeschreven staan op één februari wordt het leerlingenkorps voor het jaar nadien bepaald.  En heel veel scholen blijven inzetten op bepaalde leerlingen totdat die bewuste telling is gebeurd. En na die leerlingentelling merken wij dat scholen  veel makkelijker leerlingen gaan loslaten omdat die uiteindelijk niet meer renderen voor die scholen. Die leerlingen tellen dus nog mee voor de cijfers en die blijven ook administratief ingeschreven. Maar die worden daar concreet niet meer verwacht. En wij merken ook dat er na één februari na die leerlingentelling heel wat meer aanmeldingen zijn binnen de time out projecten.”

Vaak zitten jongeren wel nog in een of ander zorgnetwerk dat meer met welzijn te maken heeft. Maar op schools gebied worden die gasten aan hun lot overgelaten. Vanuit welzijn hebben wij ook een aantal verwijzers. Dat gaat dan bijvoorbeeld over jongeren die een langdurige straf hebben uitgezeten in een  van de gemeenschapsvoorzieningen zoals bijvoorbeeld Ruislede. Die zitten daar dan bijvoorbeeld negen maand en daar is ook geen schools aanbod. Wel een activiteiten aanbod en af en toe komt er daar wel wat theorie bij kijken maar daar kunnen ook geen getuigschriften of certificaten gehaald worden.”

“Maar ook met die jongeren willen wij aan de slag gaan. Om voor ze weer naar school gaan weer wat regelmaat en wat structuur bij te brengen, ergens op tijd komen, ergens een opdracht krijgen en uitvoeren, uw taakspanning wat proberen te verlengen…Wij proberen dat hier te doen in het concrete; in het doen. Niet te veel zitten en babbelen en luisteren maar door bezig te zijn en aan de slag te gaan.”

Hoe doe je dat: structuur geven en in één adem jongeren ook het gevoel geven dat ze hier eender wat kunnen doen als ze het zelf oppakken?

Pieter: “Eigenlijk doen wij dat vrij letterlijk. Wij beginnen elke dag hier rond de tafel met koffie en met een opsomming van alle mogelijkheden. Bijvoorbeeld er heeft hier vorige week iemand een kastje gemaakt, het zou leuk zijn moest dat geverfd en opgeschuurd worden, de schapen moeten vers drinken krijgen, enzovoort. We overlopen heel die lijst, en we eindigen altijd met te zeggen als er iemand na  die dertig – vijfendertig mogelijkheden en nog een ander idee heeft; gooi het er maar bij. Op die manier proberen wij  weerstand te vermijden. Dat gasten zelf kunnen kiezen.”

“Moesten we beginnen met jij gaat vandaag de schapen verzorgen en jij gaat dat meubeltje opschuren en vernissen, dan loop je het risico dat die jongere zegt ik zie dat niet zitten. Dan zit je meteen al met een probleem. Wij doen een appèl doet op wat ze willen doen. Wij laten hen kiezen, en ze hoeven dat dan niet de hele dag te doen; als ze het beu zijn mogen ze er ook mee stoppen. Maar dan moeten ze wel iets anders in de plaats doen. We blijven er dus constant op focussen dat iedereen bezig is. Er kan niet gekozen worden om een hele dag niets te doen of spelletjes spelen op de gsm.”

“We merken soms wel iets van weerstand maar door dat ruime aanbod krijgen we de meesten wel makkelijk aan de slag. En onze manier van doen is daarin dat jongeren met een zekere nabijheid van de begeleiders aan de slag gaan. En als wij merken dat het marcheert, dan laten wij die zelfstandig bezig zijn en zoeken om vanuit die ervaring aan de slag te gaan en te leren. Als we merken dat het niet lukt niet dan bieden we wat langer nabijheid. Op die manier kunnen we met twee begeleiders gerust een jongere of vijf per dag begeleiden.”

“We besteden er veel aandacht aan dat we alle taken die we voorleggen heel resultaatsgericht zijn. Bijvoorbeeld een nestkastje in elkaar steken. Dat is een heel proces en daar is wel wat werk aan maar op het einde van de dag is er een product, is er dat nestkastje. We merken dat jongeren daar heel ontvankelijk voor zijn. En het maakt het voor ons ook makkelijk om dat resultaat aan te duiden en te tonen en te benoemen. En tegelijk heeft die jongere er ook iets aan, hij kan het meenemen naar huis en aan zijn ouders tonen. Of aan zijn begeleiders. En heel vaak komen daar mooie dingen uit.”

“Gasten komen bijvoorbeeld uit een internaat en komen dan af van mijn opvoeder heeft gevraagd of we geen insectenhotel kunnen maken. Voorstellen die vanuit de jongeren komen, daar proberen wij nog meer op in te zetten. Zo ontstaan er hier ook dingen waar wij niet aan gedacht hebben, ideeën die jongeren voorgesteld hebben. Zo kunnen we resultaten teruggooien naar de gasten zonder te gaan zeggen je hebt nogal uw best gedaan want die zitten ook in de leeftijd dat je daar niet te pamperend moet tegen doen en dat via de resultaten kunt doen.”

Plantenbakken uit recuphout voor De Eetbare Straat

Plantenbakken uit recuphout voor De Eetbare Straat

“Vandaar ook de structuur, ik heb zelf 22 jaar in de bijzondere jeugdzorg gewerkt. En daar heeft men het ook altijd over structuur, maar vaak vanuit een negatieve insteek, zo van die gasten hebben dat nodig,  correcte afspraken en op tijd komen en tak tak tak…Hier doen we dat niet want heel vaak botsen jongeren net op dat strikte. Wij bieden ook veel structuur, maar door onze manier van georganiseerd zijn, door onze ruimtes, door onze tuin bijvoorbeeld, dat ligt allemaal in bedden die even lang en even breed zijn; dat is geen onoverzichtelijk veld waar je het begin en het einde niet van ziet.”

“Dat ligt allemaal heel strak opgedeeld zodanig dat we kunnen zeggen we gaan beginnen hier aan dat bed en als we dat vandaag al voor de helft zouden kunnen doen, dan zou dat de max zijn. En dan zie je dat die gasten daar deugd van hebben van dat te zien opschuiven en dat resultaat te zien liggen. Je kunt daar ook een wedstrijdelementje aan koppelen, en dat motiveert ook. Op den duur zie je dan gasten die een uur langer blijven dan dat ze zouden moeten, om toch gans dat stuk gedaan te hebben. Op dat vlak geloof ik wel in structuur. Dat dingen een vaste plaats krijgen, dat iedereen weet waar dat wat ligt… Op dat vlak is er veel structuur.”

“Maar op vlak van dagverloop bijvoorbeeld daar laten wij heel bewust structuur bijna vallen. Wij gaan niet zeggen wij eten allemaal om twaalf uur en om twaalf uur dertig of om kwart voor één moet iedereen terug aan de slag. Wij zeggen tegen de gasten eet als je honger hebt. Maar omdat iedereen de gewoonte heeft om op dat middaguur te eten gaat het vanzelf dat we samen aan tafel komen. Maar gewoon al dat dat niet moet, dat je evengoed om elf uur je boterhammen al kunt opeten, op uw gemak alleen op de tafel aan de serre geeft een bepaalde vrijheid en een bepaald soort van rust die minder gedwongen overkomt.”

“Dat merk je ook vaak, dat gasten in het begin kiezen voor dat individuele en de rust en nog wat de kat uit de boom kijken. Maar op den duur wordt de middagpauze toch een soort informeel evaluatiemoment. Gasten komen terwijl de anderen zitten te eten al eens tonen hoever ze staan met waar ze mee bezig zijn. Of ze vragen hulp aan elkaar.”

“De leeftijd van de jongeren die wij willen bereiken is heel bewust vijftien tot eenentwintig. Omdat wij die plus achttienjarigen ook willen bereiken, en omdat we die hier willen samenbrengen met jongeren die het nu aan het verprutsen zijn. Als je die in contact brengt met jongeren die dat achter de rug hebben en die er uiteindelijk niets van gebakken hebben en nu met de problemen opgezadeld zitten is dat veel sterker dan als wij als volwassenen met het vingertje staan zwaaien.”

“Als ze hier van elkaar kunnen horen ja maar met een leefloon is het toch zo simpel niet … of jongeren die hier op het eind van de maand zien toekomen die letterlijk geen lunchpakket meer kunnen meebrengen ’s middags. Die hier vragen of ze hier een ei mogen bakken en of ze eventueel een boterham kunnen krijgen. Dan zie je die gasten van zestien zeventien jaar die nog op school zitten of geacht worden te zitten wel eens nadenken, van “wow meende gij da nu; kun jij je zelfs geen boterhammen meer permitteren”?

“We werken ook samen met het OCMW want heel vaak komen jongeren daar terecht in dat statuut leefloon 18 jaar en kunnen wij al vrij snel inschatten dat die jongeren daar niet meer uit gaan geraken. Omdat er zo weinig alternatieven zijn,  proberen wij ook die jongeren te overtuigen niet bij de pakken te blijven zitten. Desnoods met een vrijwilligersovereenkomst die we met het OCMW opzetten. Zo komt er hier een jongere op doorverwijzing van het OCMW die is gestart vorig jaar in september. We hebben nu besloten dat als alles blijft goed lopen we samen met het OCMW artikel zestig tewerkstelling gaan organiseren voor die jongere om hem een loon te bezorgen en om hem een opstap te geven. Omdat hij zich toch een jaar ingespannen heeft om een jaar vrijwilligerswerk te komen doen. ”

Toont dat tegelijk niet ook aan hoe sterk dat status van art 60 erop achteruit is gegaan, als dat nu al als een beloning wordt gezien voor een jaar vrijwilligerswerk ? Terwijl dat bedoeld was als een begeleidend traject naar werk. Nu hebben ze daar nog een fase voor gezet…

Pieter:  “Dat is ook zo. Je merkt ook wel dat die beperkt zijn en dat die alleen worden ingezet bij mensen van wie men voldoende motivatie verwacht. Het probleem is: artikel 60 dat is een jaarcontract; en na dat jaar vallen die gasten ook wel weer in een gat. Want dan begint het pas echt. En er zijn weinig jongeren die er in slagen die toegang tot de reguliere arbeidsmarkt te vinden.

Krijg je dan soms niet het gevoel van te dweilen met de kraan open? Voor laaggeschoolden blijft er weinig werk meer over, en dat dat er wel nog is wordt anders georganiseerd. Zie bijvoorbeeld interim; eigenlijk zou dat een opstap moeten zijn maar je ziet dat jongeren daar blijven in vastzitten.

Pieter: “Het is ook aan ons ook om jongeren daar wegwijs in te maken en hen dat ook een bij te brengen. Hen daar waakzaam voor te maken. Je krijgt die niet allemaal terug op school en je gaat er hier niet allemaal topstudenten van maken, maar dat inzicht  dat je actief moet blijven wil je vooruitgaan. Dat is sowieso al winst denken we en dat is sowieso al een opstap voor die jongeren in kwestie dan. En die winst zien wij hier ook vaak. Bij gasten die hier komen vanuit een centrum leren en werken bijvoorbeeld, jongeren die twee dagen werken en twee dagen naar school gaan. Jongeren die bijvoorbeeld het wel vrij goed doen op  school daar ook aanwezig zijn maar er nooit in slagen een stage vol te houden.

zwerf5

Of die geen stageplek vinden…

Pieter: “Ook dat ja, maar op dat vlak hebben wij al wat gasten kunnen toeleiden omdat wij ook ons netwerk wat aan het verbreden zijn, we leggen contacten met mensen die regelmatig stagiaires een kans geven. Als wij kunnen zeggen kijk we zitten hier met een gast die er klaar voor is en ook heel graag wil, die kunnen we bijvoorbeeld een paar dagen meesturen met een schilder om daar dan een verslag van te krijgen. Zodat die daar dan mee naar het syntra kan gaan en zeggen: “ kijk ik wil mij bij syntra inschrijven; ik wil de opleiding schilder behanger aanvatten en ik heb al een referentie van een baas waar ik een week heb meegedraaid” Zo hebben we al een aantal jongeren aan een werkplek kunnen helpen. Dat proberen we ook telkens te doen, niet loslaten in gans dat traject.“

Tot slot: indien beleidsmakers je om advies zouden vragen, wat zou dat dan zijn?

Pieter: “Dat er een serieuze uitdaging ligt in hoe het onderwijs is georganiseerd. Ik was heel erg opgetogen toen Rik Torfs zei dat we veel te weinig aandacht besteden aan de opleiding van mensen die in het onderwijs terecht komen, hij pleitte ervoor om daar een universitaire opleiding van te maken. Maar ook dat watervalsysteem, dat je start in de hogere richtingen en dat de sterkere daar doorgaan tot hun achttiende en dan verder gaan studeren. De anderen zakken af naar TSO, BSO en in het slechtste geval zelfs BUSO.”

“Dat is allemaal veel te negatief , jongeren voelen dat ook zelf heel sterk zo aan. Waar blijft uw motivatie dan om daar toch iets van te maken? Ik ben zelf een voorstander van het Finse systeem. Daar gaat men er van uit dat er leerplicht is voor iedereen tussen zes en zestien en iedereen krijgt in die tien jaar dezelfde opleiding. Maar die opleiding is heel breed en is zowel technisch als theoretisch. De geplande onderwijshervoming in die richting is inmiddels alweer afgevoerd. Het onderwijs zoals het nu georganiseerd werkt misschien wel voor de middenklasse, maar de collateral damage voor al die andere groepen, daar moet de samenleving ook mee aan de slag; ik denk als je een kosten-baten analyse zou maken dat we er rap uit zouden zijn.”

“En verder: blijven doen wat we doen, vergt heel wat inspanningen waar we eigenlijk niet voor kiezen. Met name heel veel administratie en heel veel onze handjes moeten gaan ophouden van help ons alstublieft. Lieve mensen van de Lions’ club geef ons toch wat centen zodat we kunnen blijven voortdoen, en dat is niet altijd even plezant … Eigenlijk is mijn vraag denk eens wat na, investeer in de juiste dingen.”

“Het is ook niet dat wij hier rijk willen mee worden maar wij willen hier gewoon beroepsmatig mee kunnen voortdoen omdat wij daar zo sterk in geloven dat wij een grote groep jongeren aanspreken en dat wij die daar effectief ook uit kunnen krijgen en dat wij die effectief ook kunnen doen inzien dat er bepaalde inspanningen verwacht worden als je ergens wil komen als je iets wil maken van je leven … ik denk dat dat op langere termijn heel veel uitspaart voor een beleid en een maatschappij op andere fronten dan. Laat ons daar eens iets aan doen… dat zou mijn advies zijn.”

Koen De Stoop en David De Beukelaer


Meer weten over Zwerfgoed? Bekijk dan zeker eens hun website.
Nog houten paletten over? Schenk ze aan Zwerfgoed. Zij maken er straffe meubels van!

Deel dit artikel

Over de auteur

David De Beukelaer is hoofdredacteur en webbeheerder van DZJOEF

XSLT Plugin by BMI Calculator